Een paar weken terug presenteerde branchevereniging Geobusiness de Marktmonitor, de "state of the union" van de geosector in Nederland. Ik pik er een paar opvallende cijfers uit. De cijfers hebben allemaal betrekking op het bedrijfsleven, voor 2012 is er een verwachting gepeild.
Het consumentsegment als afzetmarkt kent tussen 2009 en 2012 een spectaculaire daling. Werd de 4% die 2009 al als "bescheiden" gekenmerkt, in 2012 is dat teruggelopen tot 1% van de omzet uit geoproducten en -diensten. 75% ingeleverd (binnen een totale omzetdaling van ca. 15%, op een totale omzet van zo'n 900 miljoen). Dat doet bijna vermoeden dat TomTom in 2009 wél tot de respondenten behoorde maar voor de monitor van 2012 geen zin had te reageren. Hoewel...in 2009 bestond dit segment uit "internetapplicaties, geo-informatie rondom onroerend goedtransactie en wegenkaarten en luchtfotos." Zijn die eerste weggelekt naar andere sectoren? Is de onroerend goedmarkt ingestort? Zijn OpenStreetMap en het NWB de markt aan het verpesten? Moet die economische waardecreatie op basis van open data geheel gerealiseerd worden?
Dat het aantal werknemers (of arbeidsplaatsen of FTE's?) daalt zal weinigen verrassen. Het positieve is dat in de geosector de krimp kleiner is dan in andere sectoren waarin ingenieursbureaus werkzaam zijn (denk aan de bouwsector!). Daarmee valt het aantal vacatures ook flink terug. Vervelend voor schoolverlaters en zij-instromers die in de geo-sector het paradijs van de eeuwigdurende volledige werkgelegenheid dachten te vinden. en lastig voor overheden die hun overtallige personeel dus niet gemakkelijk aan de straatstenen van het bedrijfsleven zullen kwijtraken.
In de monitor 2009/2010 werd 22% genoemd als percentage van het Research & Development budget dat aan geo werd uitgegeven, in de huidige monitor staat 7% genoemd. Even goed opletten, dat laatste betreft het percentage van de totale geo-omzet die in geo-R&D wordt gestoken. Overigens ruim 2x zo groot als het generieke R&D percentage, blijkbaar zijn we een innovatieve sector... Of komen we nooit aan het oogsten toe? Om het even in perspectief te plaatsen: Google steekt 14% van de omzet in R&D, maar Apple houdt het zeer bescheiden met 2,2% (cijfers 2011).
Om af te sluiten de groeibriljantjes: het verzamelde bedrijfsleven verwacht de meeste groei in het ontwikkelen van geo-services, op de voet gevolgd door webservices. Of de hierbij genoemde percentages (22% resp. 21%) het percentage van de respondenten betreft dat die groei verwacht, of het percentage verwachte groei is niet geheel duidelijk.
Al met al interessant cijfermateriaal dat vooralsnog meer vragen oproept dan beantwoordt. Daar kan nog best een analyseslag overheen, ik mis in ieder geval nog een regionale (geo!) analyse. Als de achterliggende cijfers nou door Geobusiness als open data beschikbaar worden gesteld zijn er vast wel geo-analysten te vinden die die analyse willen uitvoeren. (en vooruit: dan bakken we er ook nog een App omheen).
woensdag 9 mei 2012
dinsdag 24 april 2012
GIS, kunst en opsporing verzocht: een bronzen combinatie
Dat kartografie een vorm van kunst is mag als bekend worden verondersteld. Daarmee leek de belangstelling van de geo-sector voor deze "linkse hobby" wel op te houden, maar daar is verandering in gekomen.
Sommige gemeenten hebben in hun geoviewer al een thema kunst in de openbare ruimte opgenomen, soms met achterliggende informatie over het object en de kunstenaar. En ook bij diverse open data events blijkt kunst op straat een dankbaar onderwerp om in een app te verwerken. Het feit dat bij afdelingen cuiltuur het vrijgeven van data over kunstwerken draagt daar natuurlijk ruimschoots aan bij.
Bij die apps en viewers was het idee dat de kunst (het object) qua locatie statisch was, en de de gebruiker (het waarnemende subject) dynamisch, en daarom van een App voor de smartphone met GPS moest worden voorzien.
Een bericht in de NRC Next van 24 april 2012 leert dat er nog meer geo in kunst zit. Door toenemende diefstallen van bronzen beelden zien meer en meer gemeenten zich genoodzaakt hun kunst naar binnen te halen. Vorige maand werden uit het beeldenpark Beerschoten in De Bilt (dat is nota bene de plek waar mijn geocarrière is begonnen!) een drietal beelden van hun sokkel gerukt om daarmee zo'n 500 euro aan waarde van het brons te cashen.
Het Arnhemse bedrijf Scope Solutions heeft een systeem ontwikkeld waarmee bij forse beweging de GPS positie van het kunstwerk wordt doorgepiept aan de alarmcentrale. Lijkt mij leuk als die data als open data beschikbaar kan worden gesteld, liefst in een dynamische webservice die de gemeenten in hun geoviewer kunnen integeren. Een spannende combinatie van cultuur en opsporing verzocht!
Sommige gemeenten hebben in hun geoviewer al een thema kunst in de openbare ruimte opgenomen, soms met achterliggende informatie over het object en de kunstenaar. En ook bij diverse open data events blijkt kunst op straat een dankbaar onderwerp om in een app te verwerken. Het feit dat bij afdelingen cuiltuur het vrijgeven van data over kunstwerken draagt daar natuurlijk ruimschoots aan bij.
Bij die apps en viewers was het idee dat de kunst (het object) qua locatie statisch was, en de de gebruiker (het waarnemende subject) dynamisch, en daarom van een App voor de smartphone met GPS moest worden voorzien.
Een bericht in de NRC Next van 24 april 2012 leert dat er nog meer geo in kunst zit. Door toenemende diefstallen van bronzen beelden zien meer en meer gemeenten zich genoodzaakt hun kunst naar binnen te halen. Vorige maand werden uit het beeldenpark Beerschoten in De Bilt (dat is nota bene de plek waar mijn geocarrière is begonnen!) een drietal beelden van hun sokkel gerukt om daarmee zo'n 500 euro aan waarde van het brons te cashen.
Het Arnhemse bedrijf Scope Solutions heeft een systeem ontwikkeld waarmee bij forse beweging de GPS positie van het kunstwerk wordt doorgepiept aan de alarmcentrale. Lijkt mij leuk als die data als open data beschikbaar kan worden gesteld, liefst in een dynamische webservice die de gemeenten in hun geoviewer kunnen integeren. Een spannende combinatie van cultuur en opsporing verzocht!
maandag 19 maart 2012
Beren op de open dataweg
Zoals Alexander met Henk en Ingrid praat, zo past het een data-eigenaar om geregeld met potentiële afnemers in discussie te gaan.
In de aanloop naar Apps4Amsterdam 2012 organiseeerde de hoofdstedelijke Waag een meeting om geleerde lessen uit de eerste Apps4Amsterdam op een rijtje te zetten. Onder de titel "Open data, still hot or not" werd de blijkbaar Engelstalige developerscommunity in haar native language bediend. De Francophonen, Friezen en Rheto-Romanen hebben nog een strijd te gaan zullen we maar denken. En had een avond in het standaardmandarijn niet de omvangrijke en groeiende Chinese developers aangesproken?
Uit het verhaal van Ivonne Jansen van waag.org bleek dat Apps4Adam 2011 wel een hoop commitment op bestuurlijk niveau had opgeleverd, maar veel minder praktische medewerking vanuit diverse gemeentelijke diensten. Tja, een wethouder of directeur van een dienst kan nog voluit "Open data, natuurlijk!" roepen, en met een beetje mazzel is de technische databeheerder ook nog opendata-minded, maar als je het middenmanagement niet meekrijgt blijft het hangen in weliswaar goedbedoelde maar hooguit eenmalige medewerking voor de bühne. En daarna moet de databeherende ambtenaar toch vooral weer aan de slag met dingen waarvoor hij (waarom zijn databeheerders altijd mannen?) door de lokale belastingbetaler wordt gefinancierd, of nog platter: met de zaken waarvoor in het jaarplan uren zijn begroot.
Apps4Adam 2012 krijgt wat meer structuur: onderscheid naar inhoudelijke thema's waarin data-eigenaren, beleidsmakers en developers elkaar moeten vinden. En een dataplatform dat meer moet zijn dan een stortplaats voor open data. Helaas vooralsnog los van ontwikkkelingen als de beoogde LAT-relatie tussen het data.overheid.nl en het Nationaal Georegister (NGR).
Ook meer aandacht voor de follow-up: niet een prijsuitreiking, met een "mooi gemaakt, dankjewel, hier is je prijs en dames en heren: tijd voor de borrel", maar een discussie ("validatie") van de Apps die het event heeft opgeleverd.
Erik Romijn, bekend als App-inzender bij lokale, regionale en landelijke events gaf een overzicht van wat er met zijn vaak prijswinnende Apps (zoals de zwemwaterkwaliteitsapp en de energielabelapp) is gebeurd. Het blijkt erg lastig en vooral tijdrovend te zijn om de data-eigenaar echt enthousiast te maken voor een ontwikkelde App. Misschien een idee om als prijs bij Apps4Adam 2012 een concreet cont(r)act met de data-eigenaar/keeper/provider uit te reiken? Dat de lokale Amsterdamse omroep AT5 niet verder is gegaan met Eriks "Amsterdam Lokaal" verbaast me gezien de commotie over de toekomst van de omroep niet.
En ja, de developers willen een API, maar als je een OGC service aanbiedt snappen ze het niet hoe die interface werkt. "Ben ik nou degene die zo slim is, of ben jij zo dom?", zeg ik Louis van Gaal dan na. Schone taak voor de geosector, met osgeo.nl voorop, om die App developers eens een lesje te leren! GeoJSON zou wel eens het esperanto kunnen zijn dat de geosector én de developers snappen.
Het Rijksdriehoekstelsel blijkt ook al zo'n breekpunt te zijn: de Apps developers wonen blijkbaar in de "global village" en leven dus in Lat en Long. Ik voorspel een App die RD naar LatLong vertaalt op zijn minst een "developers award" op Apps4Adam 2012.
De vraag om meertalige metadata heb ik maar als niet gesteld beschouwd, wel interessant was Eriks constatering dat voor een succesvolle business je je niet moet richten op "making awesome open data apps" maar op "making awesome apps". Daarbij is de vraag nog wel wat een "awesome App" is: iets dat er mooi uitziet, iets dat veel potentiële gebruikers trekt, iets dat verkoopt? Of iets dat bijdraagt aan de beleidsdoelen van de dataprovider, zoals een transparante overheid of publieksparticipatie.
Nog genoeg vragen te beantwoorden, en daarmee nog genoeg behoefte aan Apps4Anything. Maar dan wel op een overdachte manier om zo daadwerkelijk wat open data vraagstukken op te lossen. Apps4Amsterdam 2012 is daarmee op de goede weg.
In de aanloop naar Apps4Amsterdam 2012 organiseeerde de hoofdstedelijke Waag een meeting om geleerde lessen uit de eerste Apps4Amsterdam op een rijtje te zetten. Onder de titel "Open data, still hot or not" werd de blijkbaar Engelstalige developerscommunity in haar native language bediend. De Francophonen, Friezen en Rheto-Romanen hebben nog een strijd te gaan zullen we maar denken. En had een avond in het standaardmandarijn niet de omvangrijke en groeiende Chinese developers aangesproken?
Uit het verhaal van Ivonne Jansen van waag.org bleek dat Apps4Adam 2011 wel een hoop commitment op bestuurlijk niveau had opgeleverd, maar veel minder praktische medewerking vanuit diverse gemeentelijke diensten. Tja, een wethouder of directeur van een dienst kan nog voluit "Open data, natuurlijk!" roepen, en met een beetje mazzel is de technische databeheerder ook nog opendata-minded, maar als je het middenmanagement niet meekrijgt blijft het hangen in weliswaar goedbedoelde maar hooguit eenmalige medewerking voor de bühne. En daarna moet de databeherende ambtenaar toch vooral weer aan de slag met dingen waarvoor hij (waarom zijn databeheerders altijd mannen?) door de lokale belastingbetaler wordt gefinancierd, of nog platter: met de zaken waarvoor in het jaarplan uren zijn begroot.
Apps4Adam 2012 krijgt wat meer structuur: onderscheid naar inhoudelijke thema's waarin data-eigenaren, beleidsmakers en developers elkaar moeten vinden. En een dataplatform dat meer moet zijn dan een stortplaats voor open data. Helaas vooralsnog los van ontwikkkelingen als de beoogde LAT-relatie tussen het data.overheid.nl en het Nationaal Georegister (NGR).
Ook meer aandacht voor de follow-up: niet een prijsuitreiking, met een "mooi gemaakt, dankjewel, hier is je prijs en dames en heren: tijd voor de borrel", maar een discussie ("validatie") van de Apps die het event heeft opgeleverd.
Erik Romijn, bekend als App-inzender bij lokale, regionale en landelijke events gaf een overzicht van wat er met zijn vaak prijswinnende Apps (zoals de zwemwaterkwaliteitsapp en de energielabelapp) is gebeurd. Het blijkt erg lastig en vooral tijdrovend te zijn om de data-eigenaar echt enthousiast te maken voor een ontwikkelde App. Misschien een idee om als prijs bij Apps4Adam 2012 een concreet cont(r)act met de data-eigenaar/keeper/provider uit te reiken? Dat de lokale Amsterdamse omroep AT5 niet verder is gegaan met Eriks "Amsterdam Lokaal" verbaast me gezien de commotie over de toekomst van de omroep niet.
En ja, de developers willen een API, maar als je een OGC service aanbiedt snappen ze het niet hoe die interface werkt. "Ben ik nou degene die zo slim is, of ben jij zo dom?", zeg ik Louis van Gaal dan na. Schone taak voor de geosector, met osgeo.nl voorop, om die App developers eens een lesje te leren! GeoJSON zou wel eens het esperanto kunnen zijn dat de geosector én de developers snappen.
Het Rijksdriehoekstelsel blijkt ook al zo'n breekpunt te zijn: de Apps developers wonen blijkbaar in de "global village" en leven dus in Lat en Long. Ik voorspel een App die RD naar LatLong vertaalt op zijn minst een "developers award" op Apps4Adam 2012.
De vraag om meertalige metadata heb ik maar als niet gesteld beschouwd, wel interessant was Eriks constatering dat voor een succesvolle business je je niet moet richten op "making awesome open data apps" maar op "making awesome apps". Daarbij is de vraag nog wel wat een "awesome App" is: iets dat er mooi uitziet, iets dat veel potentiële gebruikers trekt, iets dat verkoopt? Of iets dat bijdraagt aan de beleidsdoelen van de dataprovider, zoals een transparante overheid of publieksparticipatie.
Nog genoeg vragen te beantwoorden, en daarmee nog genoeg behoefte aan Apps4Anything. Maar dan wel op een overdachte manier om zo daadwerkelijk wat open data vraagstukken op te lossen. Apps4Amsterdam 2012 is daarmee op de goede weg.
Labels:
appsforamsterdam,
energielabel,
geojson,
nationaal georegister,
ngr,
open data,
waag
dinsdag 21 februari 2012
De creatieve geoklasse
De economie zit in het slop, en op veel plaatsen wordt de creatieve klasse als een belangrijke motor gezien die de boel weer aan de gang kan krijgen. Is de geosector onderdeel van die creatieve klasse? Of is slechts een deel van de geosector dat?
In 2002 verscheen het befaamde boek "the rise of the creative class" van Richard Florida. Daarin hanteert de Amerikaanse socioloog twee definities van de creatieve klasse: een brede met "scientists, engineers, artists, cultural creatives, managers, professionals and engineers". In de smallere definitie worden de de engineers niet tot de creative class gerekend.
Florida's kernpunt is dat de creative sector vooral te vinden is in een stedelijk, open minded milieu. Hij onderscheid een creative core, die zich bezighoudt met "problem finding" en creative professionals die zich bezighouden met problem solving: de creatieve uitvoerders van ideeën van de creative core.
In de vorig jaar door GeoBusiness uitgegeven marktmonitor Geo sector in kaart 2009/2010 lees ik de volgende cijfers over de verdeling van de geosector naar activiteiten:
Geobedrijfsleven (obv Heliview research, 2008/2009):
- inmeten, inwinnen, opslaan (31% van de omzet)
- adviseren, onderzoeken, opleiden, communiceren (27%)
- verwerken, analyseren, modelleren, beheren (24%)
- presenteren, visualiseren, verrijken, distribueren (18%)
Voor de overheid een andere indeling (Research voor beleid, 2009/2010):
- inwinnen in terrein (31%, onbekend in welke eenheid...)
- verzamelen, bewerken, beheren (48%)
- ontwerp systemen (13%, maar bij provincies maar liefst 30%)
- management (8%)
Dat is wat we zelf als sector bij elkaar laten cijferen. De twee indelingen getuigen weliswaar van grote creativiteit in hun onvergelijkbaarheid, maar je haalt er nog niet veel uit over hoeveel procent van de ICT-sector creatief bezig is. Communiceren, presenteren, visualiseren door het bedrijfsleven lijken mij creatieve bezigheden (en wat moet ik van dat "verrijken" denken?), ontwerp van systemen (door overheden, doet het bedrijfsleven dat niet?) klinkt ook creatief.
Interessant is het om te zien hoe onder meer TNO (2010) en het CBS (2011) tegen de creatieve sector aankijken, en of zij vinden dat onze sector er toe behoort. Daarbij wreekt het zich dat landmeten én cartografie (met een "c") in de CBS standaard beroepenclassificatie (SBC) 1992 onder (weg- en water-)bouwkundige beroepen zijn geschaard. (dat is in de SBC 2010 trouwens nog steeds zo, alleen is de klassenaam inmiddels uitgebreid tot "beroepen in weg- en waterbouw en landmeetkunde"). Die weg- en waterbouwkunde wordt niet tot de creatieve sector gerekend door CBS en TNO, en de geo-beroepen dus ook niet.
Vallen kennisintensieve diensten (oa softwareontwikkeling en adviesbureaus IT) onder de kerndefinitie van creatieve industie? Wel volgens het EIM, maar niet volgens TNO, EZ/OCW en CBS. Wel volgens mij, zeker de softwareontwikkeling!
Zo wordt kartografie in ieder geval tekort gedaan: da's zo ongeveer de enige tak van sport waarvan de naam op "grafie" eindigt die door deze classificatie buiten de crea-boot valt. En ook bij de ontwerpers van (geo-)websites en geosoftware zit soms wel degelijk webdesign creativiteit (al zou het nog wel een onsje meer mogen zijn, maar het neemt toe!). Horen kartografen, (geo-)webdesigners en geo-software ontwikkelaars dan wel tot de creatieve klasse maar misschien niet tot de geosector en moeten deze creatieven hun heil niet zoeken bij IIP/Geo maar bij IIP/Creative? Of moet de geosector juist dit creatieve smaldeel van de sector tactisch inzetten: "wij van geo hebben creatieven in huis: dus de gehele sector behoort tot de creatieve klasse. En dus zijn wij aanjager van de economie".
Vol verwachting kijk ik alvast uit naar april 2012, wanneer de nieuwe geomarktmonitor van SAGeo en GeoBusiness Nederland uitkomt. Ik ben benieuwd hoe creatief onze sector daar wordt ingeschat.
En ondertusen merkte ik dat bij de VPRO-thema-avond over "Nederland van Boven" in het hoofdstedelijke cultuurcentrum De Zwijger de geosector wel degelijk vertegenwoordigd was. Vooral met kartografen, geo-webdesigners en open source ontwikkelaars!
In 2002 verscheen het befaamde boek "the rise of the creative class" van Richard Florida. Daarin hanteert de Amerikaanse socioloog twee definities van de creatieve klasse: een brede met "scientists, engineers, artists, cultural creatives, managers, professionals and engineers". In de smallere definitie worden de de engineers niet tot de creative class gerekend.
Florida's kernpunt is dat de creative sector vooral te vinden is in een stedelijk, open minded milieu. Hij onderscheid een creative core, die zich bezighoudt met "problem finding" en creative professionals die zich bezighouden met problem solving: de creatieve uitvoerders van ideeën van de creative core.
In de vorig jaar door GeoBusiness uitgegeven marktmonitor Geo sector in kaart 2009/2010 lees ik de volgende cijfers over de verdeling van de geosector naar activiteiten:
Geobedrijfsleven (obv Heliview research, 2008/2009):
- inmeten, inwinnen, opslaan (31% van de omzet)
- adviseren, onderzoeken, opleiden, communiceren (27%)
- verwerken, analyseren, modelleren, beheren (24%)
- presenteren, visualiseren, verrijken, distribueren (18%)
Voor de overheid een andere indeling (Research voor beleid, 2009/2010):
- inwinnen in terrein (31%, onbekend in welke eenheid...)
- verzamelen, bewerken, beheren (48%)
- ontwerp systemen (13%, maar bij provincies maar liefst 30%)
- management (8%)
Dat is wat we zelf als sector bij elkaar laten cijferen. De twee indelingen getuigen weliswaar van grote creativiteit in hun onvergelijkbaarheid, maar je haalt er nog niet veel uit over hoeveel procent van de ICT-sector creatief bezig is. Communiceren, presenteren, visualiseren door het bedrijfsleven lijken mij creatieve bezigheden (en wat moet ik van dat "verrijken" denken?), ontwerp van systemen (door overheden, doet het bedrijfsleven dat niet?) klinkt ook creatief.
Interessant is het om te zien hoe onder meer TNO (2010) en het CBS (2011) tegen de creatieve sector aankijken, en of zij vinden dat onze sector er toe behoort. Daarbij wreekt het zich dat landmeten én cartografie (met een "c") in de CBS standaard beroepenclassificatie (SBC) 1992 onder (weg- en water-)bouwkundige beroepen zijn geschaard. (dat is in de SBC 2010 trouwens nog steeds zo, alleen is de klassenaam inmiddels uitgebreid tot "beroepen in weg- en waterbouw en landmeetkunde"). Die weg- en waterbouwkunde wordt niet tot de creatieve sector gerekend door CBS en TNO, en de geo-beroepen dus ook niet.
Vallen kennisintensieve diensten (oa softwareontwikkeling en adviesbureaus IT) onder de kerndefinitie van creatieve industie? Wel volgens het EIM, maar niet volgens TNO, EZ/OCW en CBS. Wel volgens mij, zeker de softwareontwikkeling!
Zo wordt kartografie in ieder geval tekort gedaan: da's zo ongeveer de enige tak van sport waarvan de naam op "grafie" eindigt die door deze classificatie buiten de crea-boot valt. En ook bij de ontwerpers van (geo-)websites en geosoftware zit soms wel degelijk webdesign creativiteit (al zou het nog wel een onsje meer mogen zijn, maar het neemt toe!). Horen kartografen, (geo-)webdesigners en geo-software ontwikkelaars dan wel tot de creatieve klasse maar misschien niet tot de geosector en moeten deze creatieven hun heil niet zoeken bij IIP/Geo maar bij IIP/Creative? Of moet de geosector juist dit creatieve smaldeel van de sector tactisch inzetten: "wij van geo hebben creatieven in huis: dus de gehele sector behoort tot de creatieve klasse. En dus zijn wij aanjager van de economie".
Vol verwachting kijk ik alvast uit naar april 2012, wanneer de nieuwe geomarktmonitor van SAGeo en GeoBusiness Nederland uitkomt. Ik ben benieuwd hoe creatief onze sector daar wordt ingeschat.
En ondertusen merkte ik dat bij de VPRO-thema-avond over "Nederland van Boven" in het hoofdstedelijke cultuurcentrum De Zwijger de geosector wel degelijk vertegenwoordigd was. Vooral met kartografen, geo-webdesigners en open source ontwikkelaars!
zondag 19 februari 2012
Schaatskoorts
Nu de schaatsen weer ingevet in de kast liggen een goed moment om terug te kijken op de combinatie van schaatskoorts en geo-informatie. Als natuurijsliefhebber ben ik a) geïnteresseerd in de dikte van het ijs, b) in fijn geveegde sloten, vaarten en riviertjes en c) in de mate waarin mede-schaatsers op weg zijn naar het stuk ijs dat ik zelf voor ogen heb.
Voor het eerste heeft Grontmij (ijs)baanbrekend werk verricht door een werknemer bij het zwakste punt van het Elfstedenijs (bij Balk) door middel van een speciale radar de ijsdikte te laten meten.
Een overzicht van beschaatsbare plekken wordt al een aantal jaar crowdsourcenderwijs op de schaatskaart van Erik Ekkel weergegeven. Dit jaar voor het eerst op het Crowdmap platform, waarachter de Open Source techniek van Ushahidi schuil gaat. Wellicht bij sommigen bekend van natuurrampen en politieke omwentelingen.
De schaatskaart weet echter in korte tijd zoveel bezoekers te trekken dat Erik Ekkel zich genoodzaakt zag terug te vallen op het aloude Google platform. Jammer, want dat biedt minder functionaliteit.
Zo lijkt de schaatskaart mij een een prima testcase voor een landelijke of regionale rampensite: hoeveel bandbreedte en servercapaciteit is er nodig om zo'n pieksite in de lucht te houden, en hoe kun je in noodgevallen de vorm en inhoud simplificeren zodat weliswaar minder informatie wordt overgedragen, maar nog wel de gehele doelgroep wordt bereikt. Volgende winter het IcaWeb openstellen voor de schaatskaart?
Een andere optie voor het verzamelen van beschaatstbare plekken zou OpenStreetMap (OSM) kunnen zijn. Maar misschien zijn daarvoor de geveegde ijsvlakten té dynamisch: de wel in OSM opgenomen fiets- en wandelroutes zijn stukken bestendiger. Grappig: in OSM zit wel een objecttype skating, maar in het Nederlands als skaten (inline, op wieltjes) geïnterpreteerd te worden.
En tenslotte de te verwachten drukte. De op mobiele telefoons gebaseerde live verkeersinformatie van TomTom gaf bijzondere beelden, met files bij Loosdracht, Giethoorn, Ankeveen en Broek in Waterland. Mooi om daar een data-analyse op los te laten: gaan Amsterdammers om te schaatsen Noord-Holland in, of zakken ze af naar Vinkeveen of Loosdrecht? En doen ze dat pas om twaalf uur, bijkomend van een avondje stappen, terwijl de autochtone Broek-in-Waterlanders en Ankeveners al bij de eerste zonnestralen om half acht het maagdelijke ijs betreden? Dat lijkt me een mooi onderwerp voor de ultieme aflevering van Nederland van Boven: nederlanders op het ijs.
Voor het eerste heeft Grontmij (ijs)baanbrekend werk verricht door een werknemer bij het zwakste punt van het Elfstedenijs (bij Balk) door middel van een speciale radar de ijsdikte te laten meten.
Een overzicht van beschaatsbare plekken wordt al een aantal jaar crowdsourcenderwijs op de schaatskaart van Erik Ekkel weergegeven. Dit jaar voor het eerst op het Crowdmap platform, waarachter de Open Source techniek van Ushahidi schuil gaat. Wellicht bij sommigen bekend van natuurrampen en politieke omwentelingen.
De schaatskaart weet echter in korte tijd zoveel bezoekers te trekken dat Erik Ekkel zich genoodzaakt zag terug te vallen op het aloude Google platform. Jammer, want dat biedt minder functionaliteit.
Zo lijkt de schaatskaart mij een een prima testcase voor een landelijke of regionale rampensite: hoeveel bandbreedte en servercapaciteit is er nodig om zo'n pieksite in de lucht te houden, en hoe kun je in noodgevallen de vorm en inhoud simplificeren zodat weliswaar minder informatie wordt overgedragen, maar nog wel de gehele doelgroep wordt bereikt. Volgende winter het IcaWeb openstellen voor de schaatskaart?
Een andere optie voor het verzamelen van beschaatstbare plekken zou OpenStreetMap (OSM) kunnen zijn. Maar misschien zijn daarvoor de geveegde ijsvlakten té dynamisch: de wel in OSM opgenomen fiets- en wandelroutes zijn stukken bestendiger. Grappig: in OSM zit wel een objecttype skating, maar in het Nederlands als skaten (inline, op wieltjes) geïnterpreteerd te worden.
En tenslotte de te verwachten drukte. De op mobiele telefoons gebaseerde live verkeersinformatie van TomTom gaf bijzondere beelden, met files bij Loosdracht, Giethoorn, Ankeveen en Broek in Waterland. Mooi om daar een data-analyse op los te laten: gaan Amsterdammers om te schaatsen Noord-Holland in, of zakken ze af naar Vinkeveen of Loosdrecht? En doen ze dat pas om twaalf uur, bijkomend van een avondje stappen, terwijl de autochtone Broek-in-Waterlanders en Ankeveners al bij de eerste zonnestralen om half acht het maagdelijke ijs betreden? Dat lijkt me een mooi onderwerp voor de ultieme aflevering van Nederland van Boven: nederlanders op het ijs.
Labels:
ekkel,
GIS,
grontmij,
Icaweb,
ijs,
nederland van boven,
openstreetmap,
OSM,
schaatsen,
schaatskaart,
tomtom
Google Earth als bewijsmateriaal
Interessante rechtspraak: de rechtbank in 's Gravenhage vindt dat het gebruik van de luchtfoto's in Google Earth als bewijsmateriaal is toegestaan. Met als argument dat dit beeldmateriaal voor iedereen toegankelijk is en derhalvre niet als een bijzonder technisch middel kan worden aangemerkt.
Wat nog voor het toestaan van dit gebruikt pleit is het feit dat dit soort bewijsmateriaal niet continue wordt verzameld: luchtfoto's worden normaal gesproken maar 1 of 2 keer per jaar gevlogen
Deze uitspraak betekent dat het publiceren van hoge resolutie luchtfoto's (of cycloramas) door een gemeente op de eigen (of andermans) website er toe leidt dat dit materiaal als bewijsmateriaal mag worden gebruikt.
Uw plaatselijke hoofdcommisaris zegt: "kom maar snel op met die gemeentelijke GIS viewer voor internet!"
Wat nog voor het toestaan van dit gebruikt pleit is het feit dat dit soort bewijsmateriaal niet continue wordt verzameld: luchtfoto's worden normaal gesproken maar 1 of 2 keer per jaar gevlogen
Deze uitspraak betekent dat het publiceren van hoge resolutie luchtfoto's (of cycloramas) door een gemeente op de eigen (of andermans) website er toe leidt dat dit materiaal als bewijsmateriaal mag worden gebruikt.
Uw plaatselijke hoofdcommisaris zegt: "kom maar snel op met die gemeentelijke GIS viewer voor internet!"
Labels:
Google Earth,
nederland van boven,
Parool luchtfoto,
politie,
rechter
donderdag 29 december 2011
How to lie with apps
2011, het jaar dat het "Open Data" virus wild om zich heen greep. Na de eerste euforie over het open stellen van datasets van overheden en andere bonafide bronhouders komt de discussie op gang wat voor effecten het vrij geven van data kan hebben. Van "open data" naar "open informatie blijkt nog een flinke weg. En dat terwijl de "open data" beweging juist een transparanate overheid voor ogen staat!
Onder meer bij de aftrap van de Haagse en Zuidhollandse Open Data wedstrijd (IMOD - Innoveren met Open Data) borrelde deze discussie op. Hoe kun je er als argeloze gebruiker van uitgaan dat de maker de belangenloos door gemeentelijke of provinciale ambtenaar beschikbaar gestelde data ook op verantwoorde wijze in de creatieve App weergeeft?
Die App-bakker kan te goeder trouw zijn, maar de vakkennis missen om de data juist te interpreteren. Bij geluids- en fijnstofoverlast is het vaak lastig uitleggen van individuele metingen een iets ander resultaat opleveren dan modelberekeningen. Discussies rond de overlast van Schiphol hebben het de modeljongens en meisjes niet gemakkelijker gemaakt: als modelbouwer ben je per definitie al verdacht.
Een malafide App-bouwer kan naar eigen idee een selectie uit de aanboden open data maken en weergeven. Door een slimme definitie van de begin, eind en tussenliggende jaren van een tijdsreek kun je op basis van CBS data de werkelijkheid een aardig eind naar je hand zetten.
En er zijn ook App ontwikkelaars die gewoon slordig zijn en niet opmerken dat de data incompleet is, maar in de App deze databeperking niet aan de gebruiker kenbaar maken. Apps en websites die ongetwijfeld goedbedoeld AED (defibrillatoren) weergeven die slechts vanuit éen bron bekend zijn weergeven zijn daar een voorbeld van. Vervelend als je met de acute hartritmestoornis 2 kilometer naar het zuiden wordt gestuurd, terwijl 10 meter naar het noorden er ook een AED beschikbaar is, maar nog niet in de App is opgenomen.
vergelijk de aedkaart maar eens met het AED overzicht van UMC St. Radboud.
Het laatste nieuws in de aedkaart-blog meldt dat de 1000e AED aangemeld is. Maar dat bericht is al weer een jaar oud. Er ziten inmiddels 1082 AEDs in die database. de Radboud heeft er ruim 10x zo veel gevonden. En maakt daarbij onderscheid tussen gevalideerde en nog niet gevalideerde AEDs (of je daar in doodsnood veel mee kunt vraag ik me af), én in de openingstijden van het gebouw waar een AED beschikbaar is.
OK, die AED kaart is vooral het resultaat van crowdsourcing, wat weer net wat anders is dan open data. Maar hoever reikt de verantwoordelijkheid van de App bouwer? Houdt die op bij de App an sich? En staat er ergens in het info-scherm "gebaseerd op data van de gemeente Appingedam", waarmee de gemeente de Zwarte Piet krijgt doorgespeeld. Of heeft de App bouwer wel een eigen verantwoordelijkheid (of zelfs aansprakelijkheid) ten aanzien van de weergegeven data.
"How to lie with maps" van Mark Monmonier is een klassiek boek in de kartografie, "How to lie with Apps" zou wel eens de 21e eeuwse opvolger kunnen worden. tot die tijd kan ik de App bouwers de werken van Edward Tufte aanraden.
Voor het melden van spraakmakende, leuke, ergernniswekkende en anderszins tenenkrommende kun je terecht bij de discussie op de LinkedIn Open data groep
Onder meer bij de aftrap van de Haagse en Zuidhollandse Open Data wedstrijd (IMOD - Innoveren met Open Data) borrelde deze discussie op. Hoe kun je er als argeloze gebruiker van uitgaan dat de maker de belangenloos door gemeentelijke of provinciale ambtenaar beschikbaar gestelde data ook op verantwoorde wijze in de creatieve App weergeeft?
Die App-bakker kan te goeder trouw zijn, maar de vakkennis missen om de data juist te interpreteren. Bij geluids- en fijnstofoverlast is het vaak lastig uitleggen van individuele metingen een iets ander resultaat opleveren dan modelberekeningen. Discussies rond de overlast van Schiphol hebben het de modeljongens en meisjes niet gemakkelijker gemaakt: als modelbouwer ben je per definitie al verdacht.
Een malafide App-bouwer kan naar eigen idee een selectie uit de aanboden open data maken en weergeven. Door een slimme definitie van de begin, eind en tussenliggende jaren van een tijdsreek kun je op basis van CBS data de werkelijkheid een aardig eind naar je hand zetten.
En er zijn ook App ontwikkelaars die gewoon slordig zijn en niet opmerken dat de data incompleet is, maar in de App deze databeperking niet aan de gebruiker kenbaar maken. Apps en websites die ongetwijfeld goedbedoeld AED (defibrillatoren) weergeven die slechts vanuit éen bron bekend zijn weergeven zijn daar een voorbeld van. Vervelend als je met de acute hartritmestoornis 2 kilometer naar het zuiden wordt gestuurd, terwijl 10 meter naar het noorden er ook een AED beschikbaar is, maar nog niet in de App is opgenomen.
vergelijk de aedkaart maar eens met het AED overzicht van UMC St. Radboud.
Het laatste nieuws in de aedkaart-blog meldt dat de 1000e AED aangemeld is. Maar dat bericht is al weer een jaar oud. Er ziten inmiddels 1082 AEDs in die database. de Radboud heeft er ruim 10x zo veel gevonden. En maakt daarbij onderscheid tussen gevalideerde en nog niet gevalideerde AEDs (of je daar in doodsnood veel mee kunt vraag ik me af), én in de openingstijden van het gebouw waar een AED beschikbaar is.
OK, die AED kaart is vooral het resultaat van crowdsourcing, wat weer net wat anders is dan open data. Maar hoever reikt de verantwoordelijkheid van de App bouwer? Houdt die op bij de App an sich? En staat er ergens in het info-scherm "gebaseerd op data van de gemeente Appingedam", waarmee de gemeente de Zwarte Piet krijgt doorgespeeld. Of heeft de App bouwer wel een eigen verantwoordelijkheid (of zelfs aansprakelijkheid) ten aanzien van de weergegeven data.
"How to lie with maps" van Mark Monmonier is een klassiek boek in de kartografie, "How to lie with Apps" zou wel eens de 21e eeuwse opvolger kunnen worden. tot die tijd kan ik de App bouwers de werken van Edward Tufte aanraden.
Voor het melden van spraakmakende, leuke, ergernniswekkende en anderszins tenenkrommende kun je terecht bij de discussie op de LinkedIn Open data groep
dinsdag 20 december 2011
GIS in the cloud: door de bomen de wolken niet meer zien
Als nietsvermoedende GIS adviseur wordt je tegenwoordig van alle kanten bestookt met cloudinaanse oplossingen.
Esri bombardeert de GIS gemeenschap met de mogelijkheden van ArcGIS Online. Daarbij wordt het brede publiek, pakweg de gebruikers van al die open data die overheden tegenwoordig ruimhartig over de burgers uitstrooien ook benaderd. Maar binnenkort onder de titel "ArcGIS for Organizations" ook in een vorm waarbij ArcGIS Online een deel van je professionele geo-infrastructuur kan overnemen.
Meer functionaliteit (en dus ook meer beheerslast) bieden SAAS oplossingen zoals die Grontmij, Esri en anderen met ArcGIS Server, al dan niet met GeoWeb er boven op, leveren. De server staat niet meer bij jouw gemeente in de kelder maar in De Bilt of Rotterdam. Of misschien een kant-en-klare Portal for ArcGIS, lekker binnen de veilige firewall van je eigen organisatie. Of toch die kant-en-klare opossing liever in eigen beheer, draaiend op een virtuele EC2 server bij Amazon?
Verder timmert www.giscloud.com flink aan de weg. Ziet eruit als en voelt aan als ArcGIS Online.
En dan de data: al dat lekkers dat PDOK biedt wil je toch ook niet links laten liggen. Natuurlijk kun je dat eerst zelf in ArcGIS Online of GISCloud opnemen, maar dan ben je niet alleen dubbel werk aan het verrichten, maar wordt je cloudketen een aaneenschakeling van meer en meer schakels, en dus kwetsbaarder. Uptime uit SLA ARCGIS Online maal Uptime uit SLA PDOK maal Uptime uit je eigen infrastructuur: houd je dan nog wel wat over?
Gecompliceerde, dus leuke, ontwikkelingen. Voer voor een liefst onafhankelijke conferentie waarin al deze oplossingsaanbieders mogen aangeven hoe ze gezamelijk de ideale geo-informatieinfrastructuur vormen.
Esri bombardeert de GIS gemeenschap met de mogelijkheden van ArcGIS Online. Daarbij wordt het brede publiek, pakweg de gebruikers van al die open data die overheden tegenwoordig ruimhartig over de burgers uitstrooien ook benaderd. Maar binnenkort onder de titel "ArcGIS for Organizations" ook in een vorm waarbij ArcGIS Online een deel van je professionele geo-infrastructuur kan overnemen.
Meer functionaliteit (en dus ook meer beheerslast) bieden SAAS oplossingen zoals die Grontmij, Esri en anderen met ArcGIS Server, al dan niet met GeoWeb er boven op, leveren. De server staat niet meer bij jouw gemeente in de kelder maar in De Bilt of Rotterdam. Of misschien een kant-en-klare Portal for ArcGIS, lekker binnen de veilige firewall van je eigen organisatie. Of toch die kant-en-klare opossing liever in eigen beheer, draaiend op een virtuele EC2 server bij Amazon?
Verder timmert www.giscloud.com flink aan de weg. Ziet eruit als en voelt aan als ArcGIS Online.
En dan de data: al dat lekkers dat PDOK biedt wil je toch ook niet links laten liggen. Natuurlijk kun je dat eerst zelf in ArcGIS Online of GISCloud opnemen, maar dan ben je niet alleen dubbel werk aan het verrichten, maar wordt je cloudketen een aaneenschakeling van meer en meer schakels, en dus kwetsbaarder. Uptime uit SLA ARCGIS Online maal Uptime uit SLA PDOK maal Uptime uit je eigen infrastructuur: houd je dan nog wel wat over?
Gecompliceerde, dus leuke, ontwikkelingen. Voer voor een liefst onafhankelijke conferentie waarin al deze oplossingsaanbieders mogen aangeven hoe ze gezamelijk de ideale geo-informatieinfrastructuur vormen.
Geomingo
Dankzij initiatief en gastvrijheid (lekkere broodjes!) van GeoNovum zaten zo'n 25 geo-vertegenwoordigers van diverse gemeenten, andere overheden, georganiseerd en ongeorganiseerd bedrijfsleven en ontwikkelaars bijeen over het vraagstuk "hoe nu verder met GeoZet?".
Moeten we streven naar een uniforme geoviewers voor de gehele overheid? Of zelfs breder? Want dat Nederland te klein is om allerlei eigen viewers te laten ontwikkelen is iets waar we het aardig over eens zijn.
Wat moet zo'n viewer dan -op basis van standaarden- kunnen en zijn? Voldoen aan webrichtlijnen / geïntegreerd met een content management systeem / op basis van open source / gereed om open data te ontsluiten / gemakkelijk configureerbaar / ook als SAAS leverbaar / ondersteund door een levende community / voortvarend gepromoot / met een helder licensiemodel. En dan houd ik nog voor me dat ik voor onze Haagse open data op zoek ben naar een integratie van dataportalen als NGR en data.overheid.nl.
Eerst divergeren met de wensen, het convergeren komt later wel. Hoop ik.
Er is al heel veel op dit gebied, zowel producten (Esri's GeoCMS, Geozet, Flamingo, als diverse maatwerkoplossingen zoals de Geo-CMS integratie op basis van ArcGIS en GX in de gemeente Den Haag. Zowel kennis als communities.
Eens kijken of we al die requirements kunnen verzamelen, er een "grootste gemene functionele behoeftestelling" uit kunnen distilleren en dit aan diverse overheden voorleggen met de vraag: "hoe blij wordt u als we in deze behoeftestelling voorzien". En bij positieve reacties de boer op om -al dan niet op basis van een bestaand product- in die behoefte te voorzien.
Beetje GovUnited-achtig. Maar dan hopelijk zonder financieringsprobleem.
Wat losse bemerkingen uit en rond deze meeting:
- GeoZet heeft (okee, met de huidige beperkingen dat het alleen punten toont) het voldoen aan de webrichtlijnen als unique selling point. Flamingo had in het verleden usability als sterk punt, maar is daarbij in de laatste jaren ingehaald;
- Velen hebben het gevoel dat GeoZet en Flamingo bij elkaar brengen zeer zinvol is, maar ik bespeur nog weinig toenadering:
- GeoZet is een term die 2 ladingen dekt: soms wordt de software bedoeld, soms het turn-key systeem van viewer met daarbij het onderliggende systeem van gevulde geocodeerservice en kaartachtergrond;
- Er is tot dusverre geen partij te vinden die deze geo-informatie-infrastructuur kar enthousiast trekt. Iedereen wil wel meewerken, maar de grote Geoleider moet nog opstaan;
- de Nederlandse communities zijn klein, maar de internationale community rond de geo-CMS koppeling op basis van Openlayers en Drupal schreeuwt ook om uitbreiding
- er zat alleen geo aan tafel. Volgende keer graag ook webredacteuren en communicanten: dat zijn immers degenen die de behoefte bepalen!
Moeten we streven naar een uniforme geoviewers voor de gehele overheid? Of zelfs breder? Want dat Nederland te klein is om allerlei eigen viewers te laten ontwikkelen is iets waar we het aardig over eens zijn.
Wat moet zo'n viewer dan -op basis van standaarden- kunnen en zijn? Voldoen aan webrichtlijnen / geïntegreerd met een content management systeem / op basis van open source / gereed om open data te ontsluiten / gemakkelijk configureerbaar / ook als SAAS leverbaar / ondersteund door een levende community / voortvarend gepromoot / met een helder licensiemodel. En dan houd ik nog voor me dat ik voor onze Haagse open data op zoek ben naar een integratie van dataportalen als NGR en data.overheid.nl.
Eerst divergeren met de wensen, het convergeren komt later wel. Hoop ik.
Er is al heel veel op dit gebied, zowel producten (Esri's GeoCMS, Geozet, Flamingo, als diverse maatwerkoplossingen zoals de Geo-CMS integratie op basis van ArcGIS en GX in de gemeente Den Haag. Zowel kennis als communities.
Eens kijken of we al die requirements kunnen verzamelen, er een "grootste gemene functionele behoeftestelling" uit kunnen distilleren en dit aan diverse overheden voorleggen met de vraag: "hoe blij wordt u als we in deze behoeftestelling voorzien". En bij positieve reacties de boer op om -al dan niet op basis van een bestaand product- in die behoefte te voorzien.
Beetje GovUnited-achtig. Maar dan hopelijk zonder financieringsprobleem.
Wat losse bemerkingen uit en rond deze meeting:
- GeoZet heeft (okee, met de huidige beperkingen dat het alleen punten toont) het voldoen aan de webrichtlijnen als unique selling point. Flamingo had in het verleden usability als sterk punt, maar is daarbij in de laatste jaren ingehaald;
- Velen hebben het gevoel dat GeoZet en Flamingo bij elkaar brengen zeer zinvol is, maar ik bespeur nog weinig toenadering:
- GeoZet is een term die 2 ladingen dekt: soms wordt de software bedoeld, soms het turn-key systeem van viewer met daarbij het onderliggende systeem van gevulde geocodeerservice en kaartachtergrond;
- Er is tot dusverre geen partij te vinden die deze geo-informatie-infrastructuur kar enthousiast trekt. Iedereen wil wel meewerken, maar de grote Geoleider moet nog opstaan;
- de Nederlandse communities zijn klein, maar de internationale community rond de geo-CMS koppeling op basis van Openlayers en Drupal schreeuwt ook om uitbreiding
- er zat alleen geo aan tafel. Volgende keer graag ook webredacteuren en communicanten: dat zijn immers degenen die de behoefte bepalen!
zondag 18 december 2011
IMOD: Haagse en Zuidhollandse OpenData
Onder de titel "Innoveren met Open Data (IMOD)" zijn we in Den Haag ook aan de slag met Open Data. Afgelopen vrijdag was de aftrap voor de wedstrijd die in februari 2012 een winnaar moet opleveren. Opmerkelijke zaken van deze middag en vooravond:
1. Een wervelend verhaal van Bert Mulder (lector aan de Haagse Hogeschool), waarin hij betoogt dat "wcfinder" en "wipkipvinder" quasi-noodzakelijke stappen zijn naar echte waardevermeerdering door linked open data, én waarin kansen die open data
biedt worden gekoppeld aan de terugtredende overheid;
2. Mooi om te zien: de trots bij data-eigenaren die hun "bezit" enthousiast aan de menigte presenteren (TOD - Trots Op Data?);
3. Een 9-5 locatie (in dit geval de Haagse Hogeschool) heeft met een borrel na afloop per definitie een hoger nachtkaars gehalte dan een horecalocatie annex cultuurcentrum zoals de hoofdstedelijke Waag of Pakhuis De Zwijger;
4. Vraag en aanbod bij elkaar brengen tijdens zo'n event is lastig als er niet meteen met het gepresenteerde aanbod aan de gang wordt gegaan. Een hands-on event maakt dat ontwikkelaars eerder worden gedwongen contact te zoeken met de data-aanbieders;
5. Vindbaarheid is een belangrijk issue: de diverse registers (open.overheid.nl, Provinciaal- (PGR), Nationaal Georegister (NGR) zijn bomen die gebruikers het bos niet meer doen zien. Overigens ook voor data-aanbieders een labyrinth;
6. Kip of ei: eerst de (overheids-)data vrijgeven (actie:provincie/gemeente)? Of eerst de toepassing laten zien (actie: ontwikkelaar)? Een "Apps"-wedstrijd moet deze patstelling idealiter doorbreken. Dat vraagt om een open mind bij zowel data-aanbieders als bij data-vragers: niet "open data" als fundamentalistisch uitgangspunt maar laten zien wat de toegevoegde waarde er van is;
7. De overheid heeft nu een vaak een datamonopolie waar communicatieve waarde aan wordt toegoevoegd, zoals de huisvuilkalender met tips over recycling. Met een "open huisvuilkalender" mis je als overheid de kans op die toegevoegde waarde.
Waarmee je raakt aan de essentie van de rol van de overheid;
8. "How to lie with statistics": hoe voorkomt je dat je als data-aanbieder lijdzaam moet toezien hoe jouw neutrale (?) data partijdig/dubieus/verkeerd geinterpreteerd wordt weergegeven terwijl jouw naam er wel als bronvermelding onder staat?
9. Topografie of thema? Ontwikkelaars/gebruikers zijn geïnteresseerd in scholen/bibliotheken/tramhaltes als thema's: een fysiek bestaande halte die niet meer door een tram- of buslijn wordt aangedaan is nauwelijks relevant
1. Een wervelend verhaal van Bert Mulder (lector aan de Haagse Hogeschool), waarin hij betoogt dat "wcfinder" en "wipkipvinder" quasi-noodzakelijke stappen zijn naar echte waardevermeerdering door linked open data, én waarin kansen die open data
biedt worden gekoppeld aan de terugtredende overheid;
2. Mooi om te zien: de trots bij data-eigenaren die hun "bezit" enthousiast aan de menigte presenteren (TOD - Trots Op Data?);
3. Een 9-5 locatie (in dit geval de Haagse Hogeschool) heeft met een borrel na afloop per definitie een hoger nachtkaars gehalte dan een horecalocatie annex cultuurcentrum zoals de hoofdstedelijke Waag of Pakhuis De Zwijger;
4. Vraag en aanbod bij elkaar brengen tijdens zo'n event is lastig als er niet meteen met het gepresenteerde aanbod aan de gang wordt gegaan. Een hands-on event maakt dat ontwikkelaars eerder worden gedwongen contact te zoeken met de data-aanbieders;
5. Vindbaarheid is een belangrijk issue: de diverse registers (open.overheid.nl, Provinciaal- (PGR), Nationaal Georegister (NGR) zijn bomen die gebruikers het bos niet meer doen zien. Overigens ook voor data-aanbieders een labyrinth;
6. Kip of ei: eerst de (overheids-)data vrijgeven (actie:provincie/gemeente)? Of eerst de toepassing laten zien (actie: ontwikkelaar)? Een "Apps"-wedstrijd moet deze patstelling idealiter doorbreken. Dat vraagt om een open mind bij zowel data-aanbieders als bij data-vragers: niet "open data" als fundamentalistisch uitgangspunt maar laten zien wat de toegevoegde waarde er van is;
7. De overheid heeft nu een vaak een datamonopolie waar communicatieve waarde aan wordt toegoevoegd, zoals de huisvuilkalender met tips over recycling. Met een "open huisvuilkalender" mis je als overheid de kans op die toegevoegde waarde.
Waarmee je raakt aan de essentie van de rol van de overheid;
8. "How to lie with statistics": hoe voorkomt je dat je als data-aanbieder lijdzaam moet toezien hoe jouw neutrale (?) data partijdig/dubieus/verkeerd geinterpreteerd wordt weergegeven terwijl jouw naam er wel als bronvermelding onder staat?
9. Topografie of thema? Ontwikkelaars/gebruikers zijn geïnteresseerd in scholen/bibliotheken/tramhaltes als thema's: een fysiek bestaande halte die niet meer door een tram- of buslijn wordt aangedaan is nauwelijks relevant
woensdag 7 december 2011
Alle zegen komt van boven
Dit jaar was niet 5 december maar de dag er na de grote dag om naar uit te kijken: de eerste uitzending van de VPRO serie Nederland van Boven. In met name de geo-wereld klopte ons hart vol verwachting.
Worden die hoge verwachtingen nu waargemaakt?
Er werd gisteren een hele berg cijfers en feiten over de kijkers uitgestrooid: 7000 km rails, ook zoiets aan wissels. Soms werden die abstracte cijfers vertaald naar iets tastbaars: 2700 zwembaden vol water die we per dag verbruiken. Waarbij ik moeite heb om me 2700 zwembaden naast elkaar voor te stellen. Ik miste de duiding: hoe verhoudt zich dat tot 20 jaar geleden, of tot pakweg Portugal, Polen of Peru.
Nederland van Boven ziet er vooral erg geordend uit. De Amerikaanse astronauten die in de jaren zestig rondjes draaiden rond Moeder Aarde vonden haar ook "so beautiful". Als je maar genoeg afstand neemt wordt het beeld vanzelf geordend, en blijkbaar vinden we dat prettig. Het is een Nederland van "gaat u maar gerust slapen, alles is onder controle". Een bijna Balkenende-achtige of zelfs Colijniaanse boodschap. Dat is een bijzondere boodschap voor de VPRO, die met programma's als Tegenlicht en Argos toch juist de punten waar het in de maatschappij wringt onder de aandacht wil brengen.
Diverse twitteraars maakten de vergelijking met Godfrey Reggio's film Koyaanisqatsi. Da's bijzonder, omdat Koyaanisqatsi in de taal van de Hopi-Indianen juist iets betekent als "leven in gekte, leven in onrust, leven in onbalans, leven in desintegratie, een manier van leven die vraagt om een andere manier van leven". In die film wordt niet alleen van boven maar ook van beneden gekeken waardoor achter de ogenschijnlijke ordening van bijvoorbeeld de flatwijk Pruitt-Igoe in St. Louis chaos en verval blikt te liggen. Zoals in die keurig door het Groene Hart voortsnellende treinen uit NL van Boven forensen samengeperst staan, en zich in de individuele auto's in die keurige file een hoop stress zit (zoals ooit door Michiel van Erp in beeld gebracht).
't Is ook nogal een verschil of achter de beelden de dreigende muziek van Philip Glass zit, zoals in Koyaanisqatsi, of de zalvende schoolTV stem van Roel Bentz van den Berg. Had Spinvis niet de soundtrack voor NL van Boven kunnen maken?
Nog 9 afleveringen te gaan. Ik hoop nog op spectaculaire visualisaties zoals we die nog kennen uit Al Gore's "An Inconvenient Truth" én op iets meer diepgang en kritische noten. Anders blijft NL van Boven hangen in een overigens prettig visueel VVV-behang. Waarbij voor geografen de lol 'm vooral in het feest der herkenning zit: het vóórdat de commentaarstem uitlegt dat je naar de A12 kíjkt je dat zelf al geconstateerd hebt.
Worden die hoge verwachtingen nu waargemaakt?
Er werd gisteren een hele berg cijfers en feiten over de kijkers uitgestrooid: 7000 km rails, ook zoiets aan wissels. Soms werden die abstracte cijfers vertaald naar iets tastbaars: 2700 zwembaden vol water die we per dag verbruiken. Waarbij ik moeite heb om me 2700 zwembaden naast elkaar voor te stellen. Ik miste de duiding: hoe verhoudt zich dat tot 20 jaar geleden, of tot pakweg Portugal, Polen of Peru.
Nederland van Boven ziet er vooral erg geordend uit. De Amerikaanse astronauten die in de jaren zestig rondjes draaiden rond Moeder Aarde vonden haar ook "so beautiful". Als je maar genoeg afstand neemt wordt het beeld vanzelf geordend, en blijkbaar vinden we dat prettig. Het is een Nederland van "gaat u maar gerust slapen, alles is onder controle". Een bijna Balkenende-achtige of zelfs Colijniaanse boodschap. Dat is een bijzondere boodschap voor de VPRO, die met programma's als Tegenlicht en Argos toch juist de punten waar het in de maatschappij wringt onder de aandacht wil brengen.
Diverse twitteraars maakten de vergelijking met Godfrey Reggio's film Koyaanisqatsi. Da's bijzonder, omdat Koyaanisqatsi in de taal van de Hopi-Indianen juist iets betekent als "leven in gekte, leven in onrust, leven in onbalans, leven in desintegratie, een manier van leven die vraagt om een andere manier van leven". In die film wordt niet alleen van boven maar ook van beneden gekeken waardoor achter de ogenschijnlijke ordening van bijvoorbeeld de flatwijk Pruitt-Igoe in St. Louis chaos en verval blikt te liggen. Zoals in die keurig door het Groene Hart voortsnellende treinen uit NL van Boven forensen samengeperst staan, en zich in de individuele auto's in die keurige file een hoop stress zit (zoals ooit door Michiel van Erp in beeld gebracht).
't Is ook nogal een verschil of achter de beelden de dreigende muziek van Philip Glass zit, zoals in Koyaanisqatsi, of de zalvende schoolTV stem van Roel Bentz van den Berg. Had Spinvis niet de soundtrack voor NL van Boven kunnen maken?
Nog 9 afleveringen te gaan. Ik hoop nog op spectaculaire visualisaties zoals we die nog kennen uit Al Gore's "An Inconvenient Truth" én op iets meer diepgang en kritische noten. Anders blijft NL van Boven hangen in een overigens prettig visueel VVV-behang. Waarbij voor geografen de lol 'm vooral in het feest der herkenning zit: het vóórdat de commentaarstem uitlegt dat je naar de A12 kíjkt je dat zelf al geconstateerd hebt.
Labels:
kartografie,
nederland van boven,
nlvanboven,
visualisatie,
vpro
donderdag 10 november 2011
Weg met Geozet! Papieren bekendmakingen willen we!
De overheids geozoek- en toondienst GeoZet (voor alle bekendmakingen als vergunningen etc.) is nauwelijks gereed, of het Amsterdamse stadsdeel Centrum maakt een beweging de andere kant uit. In de stadsdeelraad is besloten de openbare bekendmakingen niet alleen via het 2-wekelijkse stadsdeelnieuws te presenteren, maar voor de tussenliggende weken ook op papier via de wijkcentra te verspreiden.
Voor het geval u dit niet gelooft: lees dit bericht zelf in de stadsdeelkrant. Nog beter: print die PDF, en lees het bericht vanaf papier.
De belangrijkste reden is dat voor sommige aanvragen een bezwaartermijn van 2 weken geldt, wat er bij een bekendmakingsfrequentie van eens in de 2 weken (via de stadsdeelkrant) toe zou leiden dat op het moment dat ik lees dat mijn buurman een verdieping op zijn huis gaat zetten de bezwaartermijn zo goed als verstreken is. (nu woon ik zelf in een appartementencomplex, maar het principe zal u duidelijk zijn.)
Blijkbaar worden de altijd up-to-date digitale bekendmakingen in het Amsterdamse stadsdeel Centrum niet als volwaardige vervanging van de papieren versie worden beschouwd. Zit het centrum wellicht vol digibeten?
De onvolprezen burgermonitor leert wel dat een overigens verrassend groot deel van de totale hoofdstedelijke bevolking het zonder internettoegang moet stellen. In 2010 zat 9% van de Amsterdammers geheel zonder internetverbinding (thuis, op school of werk) en 12% moet het thuis onder internet stellen. In de overwegend blanke hoogopgeleide grachtengordelbevolking zal dit internetgemis echter veel lager liggen.
Wat bieden die wijkcentra ("huis van de buurt") waar die papieren bekendmakingen liggen eigenlijk? Ik citeer (van www.huisvandebuurt.nl) "Het Huis van de Buurt biedt faciliteiten om te vergaderen, kopiëren en veel meer. Ook ligt er veel informatie ter inzage en is er een ontvangstruimte waar gebruik gemaakt kan worden van internet en een kop koffie of thee kan worden gedronken."
OK, ik kan er dus van internet gebruik maken, maar het stadsdeel is zo vriendelijk de halve website van het stadsdeel vast voor mij uit te printen. Handig!
Misschien nog handiger om de hostingkosten van www.centrum.amsterdam.nl uit te sparen en de website iedere week integraal uitgeprint en wel huis-aan-huis te verspreiden.
Voor het geval u dit niet gelooft: lees dit bericht zelf in de stadsdeelkrant. Nog beter: print die PDF, en lees het bericht vanaf papier.
De belangrijkste reden is dat voor sommige aanvragen een bezwaartermijn van 2 weken geldt, wat er bij een bekendmakingsfrequentie van eens in de 2 weken (via de stadsdeelkrant) toe zou leiden dat op het moment dat ik lees dat mijn buurman een verdieping op zijn huis gaat zetten de bezwaartermijn zo goed als verstreken is. (nu woon ik zelf in een appartementencomplex, maar het principe zal u duidelijk zijn.)
Blijkbaar worden de altijd up-to-date digitale bekendmakingen in het Amsterdamse stadsdeel Centrum niet als volwaardige vervanging van de papieren versie worden beschouwd. Zit het centrum wellicht vol digibeten?
De onvolprezen burgermonitor leert wel dat een overigens verrassend groot deel van de totale hoofdstedelijke bevolking het zonder internettoegang moet stellen. In 2010 zat 9% van de Amsterdammers geheel zonder internetverbinding (thuis, op school of werk) en 12% moet het thuis onder internet stellen. In de overwegend blanke hoogopgeleide grachtengordelbevolking zal dit internetgemis echter veel lager liggen.
Wat bieden die wijkcentra ("huis van de buurt") waar die papieren bekendmakingen liggen eigenlijk? Ik citeer (van www.huisvandebuurt.nl) "Het Huis van de Buurt biedt faciliteiten om te vergaderen, kopiëren en veel meer. Ook ligt er veel informatie ter inzage en is er een ontvangstruimte waar gebruik gemaakt kan worden van internet en een kop koffie of thee kan worden gedronken."
OK, ik kan er dus van internet gebruik maken, maar het stadsdeel is zo vriendelijk de halve website van het stadsdeel vast voor mij uit te printen. Handig!
Misschien nog handiger om de hostingkosten van www.centrum.amsterdam.nl uit te sparen en de website iedere week integraal uitgeprint en wel huis-aan-huis te verspreiden.
Labels:
amsterdam,
bekendmakingen,
centrum,
e-overheid,
geozet,
stadsdeel
dinsdag 1 november 2011
Geozet : echte interactie (bij de presentatie in ieder geval)
Geozet, de geografische zoek en -toondienst, was zo'n eeuwige belofte aan het worden dat ik de uitnodiging om de officiële presentatie er van bij te wonen bijna als een verlate 1 aprilgrap terzijde had geschoven. Jarenlang had ik een beeld opgebouwd wat het zou kunnen zijn, af en toe wat input geleverd op deelprojecten van Geozet en nu is het er echt.
Nou ja, het is nog niet op de plek waar het uiteindelijk voor bedoeld is, www.overheid.nl. GeoZet is immers door het Ministerie van BZK opgezet om bekendmakingen (zoals vergunningsaanvragen) van de overheid niet alleen in een lijst maar ook in een kaart aan u en mij te presenteren.
In een volgend blogbericht een GeoZet recensie, vandaag een terugblik op de presentatie en aansluitende discussie die op 1 november plaats had.
Eerst de opstelling: onder leiding van GeoNovums Theo Overduin betraden Kees Keuzekamp (opdrachtgever voor GeoZet namens BZK), Wilma Willems (van het programma Nederland Open in Verbinding - NOIV) en -in 5 minuten spreektijd per persoon- Pieter Meijer (programmamanager PDOK), Remco Wicherson (prov. Overijssel), Paul Geurts (gem. Nijmegen) en Camille van der Harten (GeoBusinessNL) het vlakkevloer podium. In de zaal pakweg 80 mannen en een handjevol vrouwen. Veel afgevaardigden van gemeenten en provincies (soms zelfs met een trojka), van diverse departementen. Verder in "vak O" een groep ZZP-ende Geo-ICT ontwikkelaars waarvan een flink deel zich in de Open Geo Groep verzameld heeft.
Terwijl bij sommige geo-seminars, studiedagen en congressen het bij eenrichtingsverkeer blijft was dit met deze zaalvulling absoluut niet het geval. De samenstelling van het publiek, de prettig lichte ruimte en een aansporing van Wilma Willems waren voldoende om echte discussie aan de gang te krijgen. De organisatie had dit goed ingeschat door het tweede deel al voor vragen, opmerkingen discussie te reserveren, maar zolang konden de aanwezigen niet wachten!
Die vragen hadden 2 hoofdlijnen. Ten eerste het opbouwen van een community om de doorontwikkeling van Geozet mogelijk te maken. BZK stelt het als open source beschikbaar, en daarmee zit hun taak er op (vind BZK zelf). Het programma NOIV stopt per eind dit jaar, en kon slechts zeer beperkte lessons learned uit andere Open Source projecten meegeven. Meer dan een opsomming van projecten (waaronder Flamingo) waaruit GeoZet lessons zou kunnen learnen kwam Wilma Willems niet. Jammer.
Want hoe doe je dat eigenlijk, een Open Source product onderhouden? Wie geeft daar leiding aan? Hoe groot moet een community zijn om succesvol te zijn? Hoe los of vast moet dat zijn georganiseerd? GeoNovum onderkende bij monde van Master of Ceremonies Theo Overduin de behoefte en kondigde spontaan een vervolgsessie aan om communityvorming rond GeoZet verder uit te werken. Toevallig zijn de Flamingofans daar ook net mee bezig. Zou het niet leuk zijn die 2 communityvormingssessies te combineren?
De tweede discussielijn was die over het voldoen aan webrichtlijnen. Geozet is ontworpen met de webrichtlijnen als leidraad. Die richtlijnen - met als ultieme beloning voor uw website een groen mannetje met 3 sterren - staan af en toe op gespannen voet met het feit dat je iets in een kaart wilt afbeelden. Voor puntobjecten is dat het eenvoudigst, lijnen en vlakken is een ander verhaal. Maar Geozet doet in zijn huidige vorm alleen in punten. 't Is een begin. En, zo werd alom beaamd, de jongens en meisjes van de webrichtlijnen en de geofamilie zouden op dit gebied nog een hoop van elkaar kunnen leren. Gaandeweg de middag kwam er daarbij een vrolijke aap uit de mouw van Kees Keuzekamp: hij bleek ook opdrachtgever voor de webrichtlijnen te zijn geweest. Na die coming out kwam ook GeoZet projectleider Paul Francissen uit de kast: hij was vóór GeoZet ook betrokken bij de ontwikkeling van de webrichtlijnen!
Ook dit onderwerp staat op de agenda voor de spontaan ingelaste vervolgsessie. Leuk thema voor een gezamenlijke middag vanuit de geo- en de content management sector. En voer voor discussie voor de afdelingen die daar bij "mijn" gemeente (Den Haag) over gaan!
Het mooie in de discussies was dat er ondanks het hoge geo-incrowd / ons-kent-ons gehalte er geen blad voor de mond werd genomen, en dat er échte discussie ontstond. Met Open Minds! Dat alles uit de losse pols geleid door Theo Overduin, die vragen en opmerkingen soepel naar de meest logische beantwoorder doorstuurde, maar ook aan anderen ruimte gaf om dat antwoord te corrigeren of aan te vullen. Omdat vrijwel alle vragen op bovengenoemde twee hoofdpunten betrekking hadden bleef er ook lijn en vaart in de discussie zitten. Vaker doen zo!
O ja, GeoZet is wél te vinden op http://geodata.nationaalgeoregister.nl/apps/geozetviewer/.
En ondertussen heeft "vak O" de GeoZet source op Github ontwikkelruimte gegeven.
Nou ja, het is nog niet op de plek waar het uiteindelijk voor bedoeld is, www.overheid.nl. GeoZet is immers door het Ministerie van BZK opgezet om bekendmakingen (zoals vergunningsaanvragen) van de overheid niet alleen in een lijst maar ook in een kaart aan u en mij te presenteren.
In een volgend blogbericht een GeoZet recensie, vandaag een terugblik op de presentatie en aansluitende discussie die op 1 november plaats had.
Eerst de opstelling: onder leiding van GeoNovums Theo Overduin betraden Kees Keuzekamp (opdrachtgever voor GeoZet namens BZK), Wilma Willems (van het programma Nederland Open in Verbinding - NOIV) en -in 5 minuten spreektijd per persoon- Pieter Meijer (programmamanager PDOK), Remco Wicherson (prov. Overijssel), Paul Geurts (gem. Nijmegen) en Camille van der Harten (GeoBusinessNL) het vlakkevloer podium. In de zaal pakweg 80 mannen en een handjevol vrouwen. Veel afgevaardigden van gemeenten en provincies (soms zelfs met een trojka), van diverse departementen. Verder in "vak O" een groep ZZP-ende Geo-ICT ontwikkelaars waarvan een flink deel zich in de Open Geo Groep verzameld heeft.
Terwijl bij sommige geo-seminars, studiedagen en congressen het bij eenrichtingsverkeer blijft was dit met deze zaalvulling absoluut niet het geval. De samenstelling van het publiek, de prettig lichte ruimte en een aansporing van Wilma Willems waren voldoende om echte discussie aan de gang te krijgen. De organisatie had dit goed ingeschat door het tweede deel al voor vragen, opmerkingen discussie te reserveren, maar zolang konden de aanwezigen niet wachten!
Die vragen hadden 2 hoofdlijnen. Ten eerste het opbouwen van een community om de doorontwikkeling van Geozet mogelijk te maken. BZK stelt het als open source beschikbaar, en daarmee zit hun taak er op (vind BZK zelf). Het programma NOIV stopt per eind dit jaar, en kon slechts zeer beperkte lessons learned uit andere Open Source projecten meegeven. Meer dan een opsomming van projecten (waaronder Flamingo) waaruit GeoZet lessons zou kunnen learnen kwam Wilma Willems niet. Jammer.
Want hoe doe je dat eigenlijk, een Open Source product onderhouden? Wie geeft daar leiding aan? Hoe groot moet een community zijn om succesvol te zijn? Hoe los of vast moet dat zijn georganiseerd? GeoNovum onderkende bij monde van Master of Ceremonies Theo Overduin de behoefte en kondigde spontaan een vervolgsessie aan om communityvorming rond GeoZet verder uit te werken. Toevallig zijn de Flamingofans daar ook net mee bezig. Zou het niet leuk zijn die 2 communityvormingssessies te combineren?
De tweede discussielijn was die over het voldoen aan webrichtlijnen. Geozet is ontworpen met de webrichtlijnen als leidraad. Die richtlijnen - met als ultieme beloning voor uw website een groen mannetje met 3 sterren - staan af en toe op gespannen voet met het feit dat je iets in een kaart wilt afbeelden. Voor puntobjecten is dat het eenvoudigst, lijnen en vlakken is een ander verhaal. Maar Geozet doet in zijn huidige vorm alleen in punten. 't Is een begin. En, zo werd alom beaamd, de jongens en meisjes van de webrichtlijnen en de geofamilie zouden op dit gebied nog een hoop van elkaar kunnen leren. Gaandeweg de middag kwam er daarbij een vrolijke aap uit de mouw van Kees Keuzekamp: hij bleek ook opdrachtgever voor de webrichtlijnen te zijn geweest. Na die coming out kwam ook GeoZet projectleider Paul Francissen uit de kast: hij was vóór GeoZet ook betrokken bij de ontwikkeling van de webrichtlijnen!
Ook dit onderwerp staat op de agenda voor de spontaan ingelaste vervolgsessie. Leuk thema voor een gezamenlijke middag vanuit de geo- en de content management sector. En voer voor discussie voor de afdelingen die daar bij "mijn" gemeente (Den Haag) over gaan!
Het mooie in de discussies was dat er ondanks het hoge geo-incrowd / ons-kent-ons gehalte er geen blad voor de mond werd genomen, en dat er échte discussie ontstond. Met Open Minds! Dat alles uit de losse pols geleid door Theo Overduin, die vragen en opmerkingen soepel naar de meest logische beantwoorder doorstuurde, maar ook aan anderen ruimte gaf om dat antwoord te corrigeren of aan te vullen. Omdat vrijwel alle vragen op bovengenoemde twee hoofdpunten betrekking hadden bleef er ook lijn en vaart in de discussie zitten. Vaker doen zo!
O ja, GeoZet is wél te vinden op http://geodata.nationaalgeoregister.nl/apps/geozetviewer/.
En ondertussen heeft "vak O" de GeoZet source op Github ontwikkelruimte gegeven.
Labels:
bzk,
geo-ICT,
geozet,
kartografie,
pdok,
webrichtlijnen
woensdag 24 augustus 2011
Spyware in PDOK diensten?
Nog een paar nachtjes slapen en dan komen de PDOK diensten (kosteloos) beschikbaar voor alle overheden, lees ik in een tweet van programmamanager Pieter Meijer.
Alle overheden, dat zijn pakweg duizend diensten of afdelingen die iets met het PDOK aanbod kunnen gaan doen. Ik ben hardstikke nieuwsgierig wat al deze clubs met die PDOK diensten doen en laat me graag inspireren door creatieve combinaties die pakweg de gemeente Enschede (om voor mij maar eens iets aan de andere kant van het land te noemen) maakt.
Kan er niet ergens in de PDOK toegangslaag een voorziening worden ingebouwd die dit gebruik registreert, verzamelt en aan klantprofielen koppelt? Wees gerust, uiteraard geanonimiseerd, en -in geaggregeerde vorm- alleen toegankelijk voor geautoriseerde PDOK afnemers.
Of moet ik het nog een stap dichterbij de applicatiesoftware (zoals Geomedia en ArcGIS) zoeken. Kan daar spyware in worden ingebouwd die mij laat zien wat voor informatiebronnen in welke combinaties worden gebruikt. Eigenlijk hetzelfde als wat AWStats en Google Analytics voor websites doen: wie vragen je pagina's op, hoe vaak, langs welke weg.
Uiteraard is zo'n mechanisme ook waanzinnig interessante informatie voor de aanbieders van data: eindelijk krijg je zicht op wat je afnemers met de data doen. Soms wellicht tot afgrijzen ("dat mág je er helemaal niet mee doen!"), hopelijk vaak tot voldoening ("joepie, mijn data wordt veel gebruikt!") en tot inspiratie ("verrek, dat kan ook met mijn data").
In een andere recente tweet van Pieter Meijer las ik dat hij een constructief gesprek met Esri Nederland heeft gehad. Dan moet het goed komen met zo'n geodatagebruiksmonitoringsysteem!
Alle overheden, dat zijn pakweg duizend diensten of afdelingen die iets met het PDOK aanbod kunnen gaan doen. Ik ben hardstikke nieuwsgierig wat al deze clubs met die PDOK diensten doen en laat me graag inspireren door creatieve combinaties die pakweg de gemeente Enschede (om voor mij maar eens iets aan de andere kant van het land te noemen) maakt.
Kan er niet ergens in de PDOK toegangslaag een voorziening worden ingebouwd die dit gebruik registreert, verzamelt en aan klantprofielen koppelt? Wees gerust, uiteraard geanonimiseerd, en -in geaggregeerde vorm- alleen toegankelijk voor geautoriseerde PDOK afnemers.
Of moet ik het nog een stap dichterbij de applicatiesoftware (zoals Geomedia en ArcGIS) zoeken. Kan daar spyware in worden ingebouwd die mij laat zien wat voor informatiebronnen in welke combinaties worden gebruikt. Eigenlijk hetzelfde als wat AWStats en Google Analytics voor websites doen: wie vragen je pagina's op, hoe vaak, langs welke weg.
Uiteraard is zo'n mechanisme ook waanzinnig interessante informatie voor de aanbieders van data: eindelijk krijg je zicht op wat je afnemers met de data doen. Soms wellicht tot afgrijzen ("dat mág je er helemaal niet mee doen!"), hopelijk vaak tot voldoening ("joepie, mijn data wordt veel gebruikt!") en tot inspiratie ("verrek, dat kan ook met mijn data").
In een andere recente tweet van Pieter Meijer las ik dat hij een constructief gesprek met Esri Nederland heeft gehad. Dan moet het goed komen met zo'n geodatagebruiksmonitoringsysteem!
Labels:
arcgis,
esri,
geodata,
geomedia,
metadata,
nationaal georegister,
pdok,
pieter meijer,
spyware
woensdag 6 juli 2011
Op de geomarkt is je euro open data waard
Het prettige van het bij een Open Data initiatief betrokken zijn is dat je weer met een frisse blik naar geotoepassingen kijkt. Niet gehinderd door basisregistraties, of overbekende softwareoplossingen, maar weer dichter bij de "functionele behoefte", en bij creatieve initiatieven.
Zo kwam ik zoekend naar een werkend GeoZet voorbeeld (geen onbekende in mijn blogs) terecht bij de al 3 jaar bestaande oplossing voor hetzelfde probleem.
Dat probleem is het weergeven van overheidsbekendmakingen, zoals verleende vergunningen voor festivals of boomkap. handig, want dan hoef je niet wekelijks die complete pagina uit het plaatselijke huis-aan-huis blad door te nemen.
Die oplossing is vergunnningenkaart. Dat werkt, en het werkt intuïtief.
Er valt natuurlijk nog een hoop op af te dingen: de bron voor Vergunningenkaart zijn de bekendmakingen die van www.overheid.nl worden "gescraped" en vervolgens gegeocodeerd. Lang niet alle gemeenten leveren aan aan www.overheid.nl, en degenen die dat wel doen stoppen soms een lange lijst van bekendmakingen in één record. Maar daar zal GeoZet net zo goed last van hebben/krijgen.
En ook op technisch gebied kan Vergunningenkaart vast nog beter: op mijn netbook met IE9 zag ik geen kaartbeeld, en op mijn Android smartphone navigeerde het erg onhandig. Ik heb nog niet gechecked of het aan de webrichtlijnen voldoet, waar GeoZet juist uitdrukkelijk aan moet voldoen.
Geozet en Vergunningenkaart putten uit dezelfde bron en hebben dezelfde functionaliteit. Een andere categorie is het toevoegen van functionaliteit aan een bestaande overheidsvoorziening. Voor ruimtelijke planen voegt Grontmij's www.nieuweplannen.nl een attenderingsfunctie toe aan RO-Online. Dat scheelt u als gebruiker het iedere dag zelf moeten checken of er een nieuw (ontwerp) bestemmingsplan of structuurvisie in uw buurt is gepubliceerd.
Ook leuk: een overheidsite en een particulier initiatief die qua thema dicht bij elkaar zitten maar dat anders uitwerken. Leefbaarometer, vroeger van het ministerie van VROM, nu van BZK en de Buurtvergelijker, ontwikkeld tijdens "Apps for Eindhoven" gaan allebei over leefbaarheid. Achter de Leefbaarometer zit een uitgebreide statistische analyse, de Buurtvergelijker is wat populistischer qua inhoud.
Technisch allebei op basis van Adobe Flash, de Buurtvergelijker haalt ruimschoots meer uit de mogelijkheden daarvan. Fraai!
En dan de omgekeerde weg, van bewoner, bedrijf, bezoeker náár de overheid. Op Verbeterdebuurt kunnen u en ik onze meldingen over losliggende stoeptegels, kapotte lantaarnpalen, maar ook creatieve ideeën over de openbare ruimte kwijt. Gerund door een stichting, met support van oner meer GoodYear en het Ministerie van BZK. Niet alleen een website, naast de iPhone App sinds vorige maand óók een echte Android App.
Ik was aangenaam verrast dat er maar liefst 300 (van de 418) gemeenten daadwerkelijk iets met de meldingen doen en dat er zeer veel meldingen worden gedaan door uw en mijn buren. Dat, in combinatie met het feit dat ook opgeloste meldingen worden aangegeven stimuleert om er zelf ook mee aan de slag te gaan.
5 jaar geleden was www.maximumsnelheden.nl een van de eerste overheids Web 2.0 geotoepassingen. U en ik kunnen daarop fouten in de registratie van toegestane maximumsnelheden op het Nederlandse wegennet corrigeren. Die site bestaat nog steeds, maar zegt dat de laatste kaartupdate van 2009 is. Het feit dat ik geen maximumsnelheid kan aanpassen naar 130 km/u geeft ook aan dat deze site betere tijden heeft gekend.
Subtiel verschil tussen verbeterdebuurt en maximumsnelheden is dat je bij de tweede een account moet aanmaken voor dat je een melding mag doen. waar zit het verschil tussen veiligheidsklep en wantrouwen?
Drie van de vier hierboven beschreven geo-toepassingen uit de private sector zijn ook aangehaald in het recente BZK onderzoek naar gebruik van geoviewers op overheidswebsites. In dat onderzoek lag de nadruk op de mogelijke negatieve effecten van het gebruik van Google Maps als "kaartmotor". Daarmee kwam de functionaliteit van die drie er wel erg bekaaid van af.
Maar bovenal roepen deze drie soorten toepassingen de vraag op of overheden zelf viewers of meldsystemen moet (laten) ontwikkelen, of dat "de markt" dit vanzelf wel doet. Moet de overheid slechts de data beschikbaar stellen? Of actief verleiden en "kaders stellen" (zoals de webrichtlijnen)?
Dit kabinet heeft innovatie door het bedrijfsleven hoog in het vaandel staan, dus in ieder geval: aan de slag!
Zo kwam ik zoekend naar een werkend GeoZet voorbeeld (geen onbekende in mijn blogs) terecht bij de al 3 jaar bestaande oplossing voor hetzelfde probleem.
Dat probleem is het weergeven van overheidsbekendmakingen, zoals verleende vergunningen voor festivals of boomkap. handig, want dan hoef je niet wekelijks die complete pagina uit het plaatselijke huis-aan-huis blad door te nemen.
Die oplossing is vergunnningenkaart. Dat werkt, en het werkt intuïtief.
Er valt natuurlijk nog een hoop op af te dingen: de bron voor Vergunningenkaart zijn de bekendmakingen die van www.overheid.nl worden "gescraped" en vervolgens gegeocodeerd. Lang niet alle gemeenten leveren aan aan www.overheid.nl, en degenen die dat wel doen stoppen soms een lange lijst van bekendmakingen in één record. Maar daar zal GeoZet net zo goed last van hebben/krijgen.
En ook op technisch gebied kan Vergunningenkaart vast nog beter: op mijn netbook met IE9 zag ik geen kaartbeeld, en op mijn Android smartphone navigeerde het erg onhandig. Ik heb nog niet gechecked of het aan de webrichtlijnen voldoet, waar GeoZet juist uitdrukkelijk aan moet voldoen.
Geozet en Vergunningenkaart putten uit dezelfde bron en hebben dezelfde functionaliteit. Een andere categorie is het toevoegen van functionaliteit aan een bestaande overheidsvoorziening. Voor ruimtelijke planen voegt Grontmij's www.nieuweplannen.nl een attenderingsfunctie toe aan RO-Online. Dat scheelt u als gebruiker het iedere dag zelf moeten checken of er een nieuw (ontwerp) bestemmingsplan of structuurvisie in uw buurt is gepubliceerd.
Ook leuk: een overheidsite en een particulier initiatief die qua thema dicht bij elkaar zitten maar dat anders uitwerken. Leefbaarometer, vroeger van het ministerie van VROM, nu van BZK en de Buurtvergelijker, ontwikkeld tijdens "Apps for Eindhoven" gaan allebei over leefbaarheid. Achter de Leefbaarometer zit een uitgebreide statistische analyse, de Buurtvergelijker is wat populistischer qua inhoud.
Technisch allebei op basis van Adobe Flash, de Buurtvergelijker haalt ruimschoots meer uit de mogelijkheden daarvan. Fraai!
En dan de omgekeerde weg, van bewoner, bedrijf, bezoeker náár de overheid. Op Verbeterdebuurt kunnen u en ik onze meldingen over losliggende stoeptegels, kapotte lantaarnpalen, maar ook creatieve ideeën over de openbare ruimte kwijt. Gerund door een stichting, met support van oner meer GoodYear en het Ministerie van BZK. Niet alleen een website, naast de iPhone App sinds vorige maand óók een echte Android App.
Ik was aangenaam verrast dat er maar liefst 300 (van de 418) gemeenten daadwerkelijk iets met de meldingen doen en dat er zeer veel meldingen worden gedaan door uw en mijn buren. Dat, in combinatie met het feit dat ook opgeloste meldingen worden aangegeven stimuleert om er zelf ook mee aan de slag te gaan.
5 jaar geleden was www.maximumsnelheden.nl een van de eerste overheids Web 2.0 geotoepassingen. U en ik kunnen daarop fouten in de registratie van toegestane maximumsnelheden op het Nederlandse wegennet corrigeren. Die site bestaat nog steeds, maar zegt dat de laatste kaartupdate van 2009 is. Het feit dat ik geen maximumsnelheid kan aanpassen naar 130 km/u geeft ook aan dat deze site betere tijden heeft gekend.
Subtiel verschil tussen verbeterdebuurt en maximumsnelheden is dat je bij de tweede een account moet aanmaken voor dat je een melding mag doen. waar zit het verschil tussen veiligheidsklep en wantrouwen?
Drie van de vier hierboven beschreven geo-toepassingen uit de private sector zijn ook aangehaald in het recente BZK onderzoek naar gebruik van geoviewers op overheidswebsites. In dat onderzoek lag de nadruk op de mogelijke negatieve effecten van het gebruik van Google Maps als "kaartmotor". Daarmee kwam de functionaliteit van die drie er wel erg bekaaid van af.
Maar bovenal roepen deze drie soorten toepassingen de vraag op of overheden zelf viewers of meldsystemen moet (laten) ontwikkelen, of dat "de markt" dit vanzelf wel doet. Moet de overheid slechts de data beschikbaar stellen? Of actief verleiden en "kaders stellen" (zoals de webrichtlijnen)?
Dit kabinet heeft innovatie door het bedrijfsleven hoog in het vaandel staan, dus in ieder geval: aan de slag!
woensdag 18 mei 2011
Google Maps zit er ook wel eens naast
Op mijn nog redelijk nieuwe (per 1 april) werk bij de gemeente Den Haag staan de verhuisdozen klaar om op 6 juni de stap naar het nieuwe stadskantoor aan de Leyweg nummer 813 te kunnen maken. Mooi gebouw, maar is het ook te vinden?
Van de week wees collega Gert-Willem me er op dat dit adres in Google Maps op de verkeerde plek wordt weergegeven. Het adres is nog zo vers dat het niet in het bestand ACN van het Kadaster zit. Google Maps wil dat gemis oplossen door dan maar te kijken wat het dichtstbijzijnde nummer is en nummer 813 daar naast te prikken. Helaas gaat die vlieger hier niet op: de nummers 812 en 814 liggen door de enorm ongelijke nummering aan de even en oneven zijde van de Leyweg zo'n 500 meter bij nummer 813 vandaan.
Zie de kaart, nummer 813 ligt in werkelijkheid nog voorbij de Melis Stokelaan.

Ook 9292ov geeft me daardoor een verkeerd reisadvies. Als ik aangeraden wordt bij de halte met de prozaïsche naam "Zuidwoldepad" uit te stappen is het geen 11 minuten lopen naar mijn nieuwe werkplek, zoals de OV-reisinformatie inschat, maar blijkt het een wandeling van 20 minuten te zijn. En ook het klassieke "bestemming bereikt" van TomTom zal het niet worden: in ieder geval de online planner zet me aan het begin van de Leyweg af, maar die is 2500 meter lang, en nummer 813 ligt halverwege. Nu maar hopen dat de verhuizers wél op de juiste bestemming aankomen, want anders is het nog een flink eind sjouwen met die verhuisdozen.
Uiteraard is ons eigen Haagse Den Haag op de Kaart wel op onze actuele adresinformatie gebaseerd:

Daarom nog een aanwijzing voor de heren verhuizers (ja, sorry ik heb nog nooit een verhuisster gezien): We zitten aan de Leyweg tegenover nummer 1190. En ach, je ziet dit fantastische gebouw ook niet snel over het hoofd:
Update:
Leyweg 813 zit in de najaarslevering (oktober) van het ACN.
Overigens geeft Bing Maps 2 hits bij dit adres: een op de geinterpoleerde plek waar Google Maps 'm ook zet, en een op vrijwel de juiste plek. Handmatig toegevoegd? (dat hebben we voor Den Haag op de kaart tijden geleden ook al gedaan, met de stap naar de BAG zijn we nog bezig)
Van de week wees collega Gert-Willem me er op dat dit adres in Google Maps op de verkeerde plek wordt weergegeven. Het adres is nog zo vers dat het niet in het bestand ACN van het Kadaster zit. Google Maps wil dat gemis oplossen door dan maar te kijken wat het dichtstbijzijnde nummer is en nummer 813 daar naast te prikken. Helaas gaat die vlieger hier niet op: de nummers 812 en 814 liggen door de enorm ongelijke nummering aan de even en oneven zijde van de Leyweg zo'n 500 meter bij nummer 813 vandaan.
Zie de kaart, nummer 813 ligt in werkelijkheid nog voorbij de Melis Stokelaan.

Ook 9292ov geeft me daardoor een verkeerd reisadvies. Als ik aangeraden wordt bij de halte met de prozaïsche naam "Zuidwoldepad" uit te stappen is het geen 11 minuten lopen naar mijn nieuwe werkplek, zoals de OV-reisinformatie inschat, maar blijkt het een wandeling van 20 minuten te zijn. En ook het klassieke "bestemming bereikt" van TomTom zal het niet worden: in ieder geval de online planner zet me aan het begin van de Leyweg af, maar die is 2500 meter lang, en nummer 813 ligt halverwege. Nu maar hopen dat de verhuizers wél op de juiste bestemming aankomen, want anders is het nog een flink eind sjouwen met die verhuisdozen.
Uiteraard is ons eigen Haagse Den Haag op de Kaart wel op onze actuele adresinformatie gebaseerd:

Daarom nog een aanwijzing voor de heren verhuizers (ja, sorry ik heb nog nooit een verhuisster gezien): We zitten aan de Leyweg tegenover nummer 1190. En ach, je ziet dit fantastische gebouw ook niet snel over het hoofd:
Update:
Leyweg 813 zit in de najaarslevering (oktober) van het ACN.
Overigens geeft Bing Maps 2 hits bij dit adres: een op de geinterpoleerde plek waar Google Maps 'm ook zet, en een op vrijwel de juiste plek. Handmatig toegevoegd? (dat hebben we voor Den Haag op de kaart tijden geleden ook al gedaan, met de stap naar de BAG zijn we nog bezig)
donderdag 5 mei 2011
Google Maps is Evil; GeoZet is Good
"Ministerie waarschuwt voor gebruik Google Map", zo kopte Webwereld. Die kop had in ieder geval tot gevolg dat het artikel over een door het Groningse GEON in opdracht van het Ministerie van BZK uitgevoerd onderzoek goed gelezen werd. In het onderzoek wordt ingegaan op de hoe de afhankelijkheid van veel overheidssites van Google Maps tot stand is gekomen en wat de juridische en andere gevolgen van deze afhankelijkheid zijn.
"Het zou daarom het beste zijn als er een zogenaamde geo-viewer wordt ontwikkeld speciaal bedoeld voor overheden", schrijft Webwereld. Daar wordt een belangrijke toevoeging van GEON weggelaten, namelijk dat "Een dergelijke voorziening kan heel goed door private partijen worden geleverd. Wel onder regie en voorwaarden van de overheid." Aha, PDOK (Publieke Dienstverlening op de Kaart) hoeft dus niet zoals nu door het Kadaster te worden gebouwd en onderhouden, dat kan ook door een marktpartij. Een beetje het idee als met een concessie in het openbaar vervoer: via een aanbesteding kun je voor 3 jaar het beheer van PDOK voor je rekening nemen.
Daarnaast zijn de bijvangsten uit het onderzoek ook bijzonder interessant, het geeft een goed beeld van hoe gemeenten op geo-gebied tegen de rijksoverheid aankijken.
"De behoefte aan een aantal basis services om minimaal de basisregistraties op een gestandaardiseerde manier te kunnen ontsluiten via de eigen webviewer is breed aanwezig. Het gaat daarbij nadrukkelijk om (in eerste instantie) de ontsluiting. Dit wordt breed als overheidstaak gezien. De bereidheid hiervoor te betalen, is echter gering. Met name gemeenten vinden dit niet reëel gezien de grote investeringen die zij al hebben moeten doen in het opbouwen van basisregistraties zoals de BAG."
Met name de juridische problemen van het gebruik van Google Maps zijn wellicht te tackelen door gebruik te maken van GeoZet, de kaartviewer van en voor de overheid. GeoZet staat voor GEOgrafische Zoek- En Toondienst.
Maar ís GeoZet er nu wel of niet?
Weer even Webwereld aangehaald: "Een woordvoerster van het ministerie van Binnenlandse Zaken legt uit dat het onderzoek vooral gezien moet worden als een aanbeveling bij de ontwikkeling van GEOZET. Die moet binnen afzienbare tijd af zijn. "Naar verwachting is die voor de zomer af", aldus de zegsvrouw.
Maar tegelijkertijd lees ik op e-overheid voor burgers dat "GEOZET is ontwikkeld in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft aan het ICTU-programma e-Overheid voor Burgers de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van de realisatiefase en het inrichten van het beheer. De applicatie is ingebruikgenomen en wordt beheerd door Geonovum binnen het project Publieke Dienstverlening op de Kaart".
Een genuanceerde opvatting is te lezen in de recente brochure van het programma PDOK. Daar staat: "GEOZET viewer. Voor het tonen van de webservice bekendmakingen, is binnen PDOK een viewer ontwikkeld. Bijzonder aan deze viewer is dat hij voldoet aan de webrichtlijnen. Samen met het Ministerie van BZK bekijkt het programma of deze viewer in 2011 vrijgegeven kan worden voor hergebruik";
Dat rijmt nog niet zo lekker met elkaar. Het knelpunt is namelijk dat de viewer zelf misschien wel klaar is, maar dat de vulling niet.
Da's enerzijds de vulling die het zoeken op straatnaam (of andere zoekterm) mogelijk moet maken. Daarvoor werd ACN gebruikt, maar dat is een door Kadaster commerciëel uitgebaat product, dus Kadaster wil de kassa laten rinkelen. In plaats daarvan zou de BAG daarom de bron moeten gaan worden. Inmiddels zijn alle gemeenten op de BAG aangesloten, daarmee hebben we alle woonplaatsen en straatnamen als potentiële zoekingangen. Maar misschien wil de gebruiker ook kunnen zoeken op "Rijksmuseum", "Veluwe" of "Wipkip in de Schilderswijk". dan zijn we weer bij de basisregistratie toponiemen (zie de leuke discussie daarover op LinkedIn)
Het andere deel betreft het tonen. Daarvoor wordt een kaartondergrond gebruikt. Dat zou natuurlijk de reeks top10nl, top50nl, top250nl moeten zijn, maar zolang deze basisregistraties nog niet compleet of beschikbaar zijn worden ze in combinatie met stukken OpenStreetmap gebruikt.
Misschien goed voor GeoZet om de onderdelen "Zoek" en "Toon" als apart product in de geomarkt te zetten, en -als dat nog niet het geval is- deze beide diensten op zelf gekozen geodataservices (ACN, BAG via PDOK, eigen BAG service van een gemeente) te laten werken.
Het gehele rapport is uiteraard te vinden op de site van de rijksoverheid.
"Het zou daarom het beste zijn als er een zogenaamde geo-viewer wordt ontwikkeld speciaal bedoeld voor overheden", schrijft Webwereld. Daar wordt een belangrijke toevoeging van GEON weggelaten, namelijk dat "Een dergelijke voorziening kan heel goed door private partijen worden geleverd. Wel onder regie en voorwaarden van de overheid." Aha, PDOK (Publieke Dienstverlening op de Kaart) hoeft dus niet zoals nu door het Kadaster te worden gebouwd en onderhouden, dat kan ook door een marktpartij. Een beetje het idee als met een concessie in het openbaar vervoer: via een aanbesteding kun je voor 3 jaar het beheer van PDOK voor je rekening nemen.
Daarnaast zijn de bijvangsten uit het onderzoek ook bijzonder interessant, het geeft een goed beeld van hoe gemeenten op geo-gebied tegen de rijksoverheid aankijken.
"De behoefte aan een aantal basis services om minimaal de basisregistraties op een gestandaardiseerde manier te kunnen ontsluiten via de eigen webviewer is breed aanwezig. Het gaat daarbij nadrukkelijk om (in eerste instantie) de ontsluiting. Dit wordt breed als overheidstaak gezien. De bereidheid hiervoor te betalen, is echter gering. Met name gemeenten vinden dit niet reëel gezien de grote investeringen die zij al hebben moeten doen in het opbouwen van basisregistraties zoals de BAG."
Met name de juridische problemen van het gebruik van Google Maps zijn wellicht te tackelen door gebruik te maken van GeoZet, de kaartviewer van en voor de overheid. GeoZet staat voor GEOgrafische Zoek- En Toondienst.
Maar ís GeoZet er nu wel of niet?
Weer even Webwereld aangehaald: "Een woordvoerster van het ministerie van Binnenlandse Zaken legt uit dat het onderzoek vooral gezien moet worden als een aanbeveling bij de ontwikkeling van GEOZET. Die moet binnen afzienbare tijd af zijn. "Naar verwachting is die voor de zomer af", aldus de zegsvrouw.
Maar tegelijkertijd lees ik op e-overheid voor burgers dat "GEOZET is ontwikkeld in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft aan het ICTU-programma e-Overheid voor Burgers de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van de realisatiefase en het inrichten van het beheer. De applicatie is ingebruikgenomen en wordt beheerd door Geonovum binnen het project Publieke Dienstverlening op de Kaart".
Een genuanceerde opvatting is te lezen in de recente brochure van het programma PDOK. Daar staat: "GEOZET viewer. Voor het tonen van de webservice bekendmakingen, is binnen PDOK een viewer ontwikkeld. Bijzonder aan deze viewer is dat hij voldoet aan de webrichtlijnen. Samen met het Ministerie van BZK bekijkt het programma of deze viewer in 2011 vrijgegeven kan worden voor hergebruik";
Dat rijmt nog niet zo lekker met elkaar. Het knelpunt is namelijk dat de viewer zelf misschien wel klaar is, maar dat de vulling niet.
Da's enerzijds de vulling die het zoeken op straatnaam (of andere zoekterm) mogelijk moet maken. Daarvoor werd ACN gebruikt, maar dat is een door Kadaster commerciëel uitgebaat product, dus Kadaster wil de kassa laten rinkelen. In plaats daarvan zou de BAG daarom de bron moeten gaan worden. Inmiddels zijn alle gemeenten op de BAG aangesloten, daarmee hebben we alle woonplaatsen en straatnamen als potentiële zoekingangen. Maar misschien wil de gebruiker ook kunnen zoeken op "Rijksmuseum", "Veluwe" of "Wipkip in de Schilderswijk". dan zijn we weer bij de basisregistratie toponiemen (zie de leuke discussie daarover op LinkedIn)
Het andere deel betreft het tonen. Daarvoor wordt een kaartondergrond gebruikt. Dat zou natuurlijk de reeks top10nl, top50nl, top250nl moeten zijn, maar zolang deze basisregistraties nog niet compleet of beschikbaar zijn worden ze in combinatie met stukken OpenStreetmap gebruikt.
Misschien goed voor GeoZet om de onderdelen "Zoek" en "Toon" als apart product in de geomarkt te zetten, en -als dat nog niet het geval is- deze beide diensten op zelf gekozen geodataservices (ACN, BAG via PDOK, eigen BAG service van een gemeente) te laten werken.
Het gehele rapport is uiteraard te vinden op de site van de rijksoverheid.
Labels:
arcgis server,
bzk,
geonovum,
geozet,
google maps,
pdok,
viewer,
webkartografie
zondag 27 maart 2011
Ingebouwd kompas
Gelezen op de "onze taal" scheurkalender: sommige talen kennen geen woorden voor "links" en "rechts". Richting maar ook positie van voorwerpen of personen wordt met de windrichtingen aangegeven: Jan staat ten westen van Piet. Dus niet de egocentrische plaatsbepaling die wij kennen!
De sprekers van die talen (in Australië onder meer het Guugu Yimithirr) hebben een enorm gevoel voor orientatie ten opzichte van de zon: bijna een ingebouwd kompas. Ik zou graag een keer een stem die het Guugu Yimithirr spreekt op mijn TomTom instellen: "op de kruising westwaarts".
Voor wie er meer van wil weten: een artikel in de New York Times van oktober 2010 gaat hier dieper op in, net als op andere taalspecifieke eigenschappen.
De sprekers van die talen (in Australië onder meer het Guugu Yimithirr) hebben een enorm gevoel voor orientatie ten opzichte van de zon: bijna een ingebouwd kompas. Ik zou graag een keer een stem die het Guugu Yimithirr spreekt op mijn TomTom instellen: "op de kruising westwaarts".
Voor wie er meer van wil weten: een artikel in de New York Times van oktober 2010 gaat hier dieper op in, net als op andere taalspecifieke eigenschappen.
maandag 21 maart 2011
Open data beschikbaar!
Een week geleden schreef ik over een gewenste geodata vrijstaat. Vandaag wees een collega AGGN bestuurslid mij er op dat het begin er al is. Als onderdeel van de 3D pilot hebben diverse organisaties en bedrijven geodata van een stukje van Rotterdam beschikbaar gesteld. Het gaat om de Wilhelminapier (Kop van Zuid) en omgeving, dus hoogstedelijk, met veel dynamiek. Het is niet allemaal specifiek 3D data, maar ook 2D die zich met 3D laat combineren.
GeoNovum organiseert op 16 juni een (gratis toegankelijk) congres over deze 3D Pilot. Samen met gastheer Gemeente Rotterdam, die deze dag haar dataset “Rotterdam 3D” officieel lanceert. Rotterdam stelt deze dataset beschikbaar voor organisaties om te gebruiken in eigen en nieuwe toepassingen. Dat lijkt me iets voor Rotterdam Open Data? (voor appsforamsterdam wat minder geschikt).
Ik hoop dat deze dataverzameling na het project "3D pilot" niet alleen statisch beschikbaar blijft maar door de dataproviders ook up-to-date wordt gehouden. En dat alle databezitters in Nederland zich hierdoor laten inspireren en hun steentje data aan deze verzameling bijdragen.
Overheden gaan sowieso die kant op, nu Minister Verhagen van Innovatie de potentie van open data inziet. Verhagen zat met Hyves, Google en IBM rond de tafel, en het voorbeeld wat wordt aangehaald (KNMI) is er gelijk een met een forse geocomponent.
Is Geobusiness al aangeschoven aan de tafel van Maxime? En kunnen de collega's van de Dienst Landelijk Gebied (die ook onder Verhagen vallen) nog een goed woordje doen?
GeoNovum organiseert op 16 juni een (gratis toegankelijk) congres over deze 3D Pilot. Samen met gastheer Gemeente Rotterdam, die deze dag haar dataset “Rotterdam 3D” officieel lanceert. Rotterdam stelt deze dataset beschikbaar voor organisaties om te gebruiken in eigen en nieuwe toepassingen. Dat lijkt me iets voor Rotterdam Open Data? (voor appsforamsterdam wat minder geschikt).
Ik hoop dat deze dataverzameling na het project "3D pilot" niet alleen statisch beschikbaar blijft maar door de dataproviders ook up-to-date wordt gehouden. En dat alle databezitters in Nederland zich hierdoor laten inspireren en hun steentje data aan deze verzameling bijdragen.
Overheden gaan sowieso die kant op, nu Minister Verhagen van Innovatie de potentie van open data inziet. Verhagen zat met Hyves, Google en IBM rond de tafel, en het voorbeeld wat wordt aangehaald (KNMI) is er gelijk een met een forse geocomponent.
Is Geobusiness al aangeschoven aan de tafel van Maxime? En kunnen de collega's van de Dienst Landelijk Gebied (die ook onder Verhagen vallen) nog een goed woordje doen?
Labels:
appsforamsterdam,
geodata,
geodatavrijstaat,
georegister,
inspire,
NOIV,
open data
zondag 13 maart 2011
geodatavrijstaat: geodataproeftuin van NL
Tijdens een bezoek aan AppsForAmsterdam afgelopen zaterdag werd het me duidelijk. Om echt nieuwe toepassingen voor bestaande geodata te ontwikkelen moet je gewoon met je handen in die data kunnen wroeten.
Dat is voor data met toegangs- of gebruiksbeperkingen (van licentiekosten tot privacy-issues) niet zo gemakkleijk, en zelfs voor vrij toegankelijke data moet je eerst door een ambtelijk bestelproces heen.
Handiger is het als we van één stukje Nederland een geodatavrijstaat maken: als al die samples die je nu soms al van geodatasets kunt downloaden nou eens van hetzelfde stukkie Nederland, dan zijn kun je als ontwikkelaar ook leuke combinaties gaan maken: daar zit vaak de echte meerwaarde. Pakweg 9 vierkante kilometer geodatavrijstaat, waarvan commerciële data (postcodegebieden), overheidsdata (de adressen en gebouwen uit de BAG, misschien zelfs het omstreden NWB) en crowdedsourced spul (OSM) direct beschikbaar zijn. Geen voorwaarde: direct proeven, voelen en gebruiken.
(OK, niets is perfect: voor lokale en regionale datasets werkt dit principe niet)
En dan nog een geschikte locatie voor zo'n zandbak. Het is handig als er een stukje stad en een stukje landelijk gebied in zit. In het verlengde van AppsForAmsterdam zou het (een deel van) onze hoofdstad kunnen zijn. Of zou Almere zich hiermee willen profileren? Apeldoorn wellicht: thuishaven van Kadaster én voorop lopende geogemeente. Of Amersfoort, centrum van organisatorisch (GeoNovum) en geodetisch (nulpunt RD) geo-Nederland.
Trouwens ook een fijne uitbreiding op de iso-metadatastandaard: in plaats van zo'n suffe thumbnail een proefstukje. Binnenkort maar eens bij GeoNovum voorstellen.
Dat is voor data met toegangs- of gebruiksbeperkingen (van licentiekosten tot privacy-issues) niet zo gemakkleijk, en zelfs voor vrij toegankelijke data moet je eerst door een ambtelijk bestelproces heen.
Handiger is het als we van één stukje Nederland een geodatavrijstaat maken: als al die samples die je nu soms al van geodatasets kunt downloaden nou eens van hetzelfde stukkie Nederland, dan zijn kun je als ontwikkelaar ook leuke combinaties gaan maken: daar zit vaak de echte meerwaarde. Pakweg 9 vierkante kilometer geodatavrijstaat, waarvan commerciële data (postcodegebieden), overheidsdata (de adressen en gebouwen uit de BAG, misschien zelfs het omstreden NWB) en crowdedsourced spul (OSM) direct beschikbaar zijn. Geen voorwaarde: direct proeven, voelen en gebruiken.
(OK, niets is perfect: voor lokale en regionale datasets werkt dit principe niet)
En dan nog een geschikte locatie voor zo'n zandbak. Het is handig als er een stukje stad en een stukje landelijk gebied in zit. In het verlengde van AppsForAmsterdam zou het (een deel van) onze hoofdstad kunnen zijn. Of zou Almere zich hiermee willen profileren? Apeldoorn wellicht: thuishaven van Kadaster én voorop lopende geogemeente. Of Amersfoort, centrum van organisatorisch (GeoNovum) en geodetisch (nulpunt RD) geo-Nederland.
Trouwens ook een fijne uitbreiding op de iso-metadatastandaard: in plaats van zo'n suffe thumbnail een proefstukje. Binnenkort maar eens bij GeoNovum voorstellen.
Labels:
appsforamsterdam,
geodata,
geodatavrijstaat,
geonovum,
metadata,
n,
vrijstaat,
zandbak
woensdag 2 maart 2011
Dag flex en flash, dag silverlight, hallo HTML5!
Voor het eerst een bijeenkomst van de Adobe User Group Nederland (AUGNL) bijgewoond. Er stond html5 op het menu, dus ook voor GISsend Nederland interessant.
Er was de afgelopen maanden in de GIS-wereld nogal wat losse en georganiseerde discussies over webviewers, met name voor de overheid. Doorinvesteren in Flamingo MC (zoals de provincies willen). Of zuiver in de leer van 100% voldoen aan de webrichtlijnen met de GeoZet viewer (zoals een aantal rijkspartijen voorstaat).
Bij aankomst in Pakhuis de Zwijger werd één Adobe User group vooroordeel bevestigd: 98% van de aanwezige laptops droeg het Apple-logo. Maar de ruim 300 (!) aanwezigen waren gemiddeld wat minder hip dan ik had verwacht. Piercings < 5%. Leeftijd 25 - 45 jaar. Haarkleur blond, bruin en zwart én grijs. Wel veel designbrillen. En best weinig iPads.
Een snelle peiling leerde dat er ongeveer evenveel (web-)designers als (web-)developers aanwezig waren. En dat was ook zo'n beetje de verhouding op het podium: van "flashy" ("html5-ish?") ontwerpen tot een kijkje in de Javascript/HTML code die het allemaal mogelijk maakt.
HTML5 is een nieuwe HTML-versie die waarschijnlijk in 2012 officiële W3C Candidate Recommendation krijgt. Het is een complete remake, met veel aandacht voor structuur van het document, én voor multimediatoepassingen.
Voor GIS-ers zijn een aantal HTML5 onderdelen interessant:
- Canvas: "a resolution-dependent bitmap canvas that can be used for rendering graphs, game graphics, or other visual images on the fly". Met JavaScript functies kun je al je kaarttekenfuncties hier op los laten.
LBi Lost Boys' Peter Nederlof miste eigenlijk geen enkele functionaliteit in het canvas-element.
- WebSQLDatabase: een clientside SQL database (in de meste implementaties op basis van SQLite);
- WebWorkers: een mooie naam voor wat we al lang kennen als multithreading: stukjes (Javascript) code op de achtergrond laten uitvoeren, in plaats van te moeten wachten tot een langdurige teken- of rekenbewerking klaar is;
- WebSockets: Waar bi-directioneel verkeer tussen webclient en server mogelijk is, en de server dus ook data naar de webclient kan pushen. Dat voorkomt dat de webclient nodeloos moet vragen aan de server of er bijvoorbeeld nieuwe data is;
- Geolocation: HTML5 kan direct uit de gebruikte internetverbdinging (vast of mobiel) een geolocatie distilleren;
HTML5 wordt nog niet in alle courante browserversies ondersteund, maar IE9, FF3, Opera 10, Chrome 3, iOS 3 en Android 1 hebben in ieder geval support voor het canvas-element. Da's aan de iOS (Apple)kant pure winst ten opzichte van Flash: dat wordt immers in het geheel niet ondersteund op die mooie iPads!
Voor IE zijn JavaScript libaries verkrijgbaar die de HTML5 functies via Flash, of zelfs via IE's eigen VML-functies grotendeels beschikbaar maken. Een interessante manier om al snel voor een brede groep gebruikers HTML5 aan te bieden.
Om een idee te krijgen van het browsergebruik even de maandcijfers (februari 2011) voor deze site en die van de ArcGIS Gebruikersgroep Nederland
browser: gisnederland.nl - aggn.nl
IE8: 20% - 40%
IE7: 14% - 18%
IE < 7: 1% - 3%
FF 4: 3% - 0%
FF3.6: 20% - 17%
FF < 3.6: 1% - 5%
Chrome 9: 14% - 3%
Chrome 8: 3% - 1%
Safari 5: 10% - 6%
Steeds meer van deze browsers ondersteunen op steeds meer besturingssystemen hardware acceleratie. Mooi voor spectaculaire animaties, maar ook mooi voor een perfecte user-experience, met klassieke GIS taken als pannen, in- en uitzoomen. Juist vanwege deze hardware acceleration is Microsoft IE9 flink aan het promoten, meer dan het de overstap van 7 naar 8 aanmoedigde. IE9 is vanaf dinsdag 15 maart te downloaden.
Dan nog wat tools:
Browsermogelijkheden vallen uitstekend te checken met de JavaScript library Modernizr
Adobe's Serge Jespers toonde een serie tools die Adobe binnenkort uitbrengt. Onder meer Wallaby, waarmee Flash applicaties naar HTML5 kunnen worden omgezet. Juich niet te vroeg: deze tool kan géén ActionScript converteren...
Adobe Muse is de HTML5 editor die er aan komt. En Adobe werkt samen met de makers van de JavaScript library JQuery, met name voor mobiele toepassingen.
Adobe ziet Flash niet verdwijnen, maar juist in combinatie met HTML5 tot mooie dingen leiden, waarbij Flash met nam het animatiedeel voor zijn rekening neemt.
En vanuit Ilustrator CS5 is er rechtstreekse export naar HTML5 mogelijk. Dus die PDF-kaarten op het web moeten ook maar eens verleden tijd worden.
SilverLight zei U? Over deze Microsoft variant op Flash heb ik deze middag niemand gehoord...
En wat zijn de plannen van Esri t.a.v. HTML5?
Op de 2010 International User Conference werd gezegd:
ESRI is actively researching HTML5 for the purposes of leveraging some of its new capabilities: geolocation, drag and drop, off-line storage, etc. Although the ArcGIS API for JavaScript currently does not explicitly incorporate HTML5 elements, developers can definitely use some HTML5 features such as geolocation and video display capabilities with their ArcGIS API for JavaScript applications. We plan on incorporating specific HTML5 functionality within the ArcGIS API for JavaScript this year, allowing for touch-screen user experiences, tighter integration with mobile devices, more powerful display capabilities through HTML5’s canvas, etc.
Op diezelfde User Conference werd deze presentatie getoond, met wat Esri doorkijkjes naar HTML5.
En morgen begint de Esri Developer Summit waarin dit onderwerp ook aan de orde komt. Feedback op de GIS Tech?
Er was de afgelopen maanden in de GIS-wereld nogal wat losse en georganiseerde discussies over webviewers, met name voor de overheid. Doorinvesteren in Flamingo MC (zoals de provincies willen). Of zuiver in de leer van 100% voldoen aan de webrichtlijnen met de GeoZet viewer (zoals een aantal rijkspartijen voorstaat).
Bij aankomst in Pakhuis de Zwijger werd één Adobe User group vooroordeel bevestigd: 98% van de aanwezige laptops droeg het Apple-logo. Maar de ruim 300 (!) aanwezigen waren gemiddeld wat minder hip dan ik had verwacht. Piercings < 5%. Leeftijd 25 - 45 jaar. Haarkleur blond, bruin en zwart én grijs. Wel veel designbrillen. En best weinig iPads.
Een snelle peiling leerde dat er ongeveer evenveel (web-)designers als (web-)developers aanwezig waren. En dat was ook zo'n beetje de verhouding op het podium: van "flashy" ("html5-ish?") ontwerpen tot een kijkje in de Javascript/HTML code die het allemaal mogelijk maakt.
HTML5 is een nieuwe HTML-versie die waarschijnlijk in 2012 officiële W3C Candidate Recommendation krijgt. Het is een complete remake, met veel aandacht voor structuur van het document, én voor multimediatoepassingen.
Voor GIS-ers zijn een aantal HTML5 onderdelen interessant:
- Canvas: "a resolution-dependent bitmap canvas that can be used for rendering graphs, game graphics, or other visual images on the fly". Met JavaScript functies kun je al je kaarttekenfuncties hier op los laten.
LBi Lost Boys' Peter Nederlof miste eigenlijk geen enkele functionaliteit in het canvas-element.
- WebSQLDatabase: een clientside SQL database (in de meste implementaties op basis van SQLite);
- WebWorkers: een mooie naam voor wat we al lang kennen als multithreading: stukjes (Javascript) code op de achtergrond laten uitvoeren, in plaats van te moeten wachten tot een langdurige teken- of rekenbewerking klaar is;
- WebSockets: Waar bi-directioneel verkeer tussen webclient en server mogelijk is, en de server dus ook data naar de webclient kan pushen. Dat voorkomt dat de webclient nodeloos moet vragen aan de server of er bijvoorbeeld nieuwe data is;
- Geolocation: HTML5 kan direct uit de gebruikte internetverbdinging (vast of mobiel) een geolocatie distilleren;
HTML5 wordt nog niet in alle courante browserversies ondersteund, maar IE9, FF3, Opera 10, Chrome 3, iOS 3 en Android 1 hebben in ieder geval support voor het canvas-element. Da's aan de iOS (Apple)kant pure winst ten opzichte van Flash: dat wordt immers in het geheel niet ondersteund op die mooie iPads!
Voor IE zijn JavaScript libaries verkrijgbaar die de HTML5 functies via Flash, of zelfs via IE's eigen VML-functies grotendeels beschikbaar maken. Een interessante manier om al snel voor een brede groep gebruikers HTML5 aan te bieden.
Om een idee te krijgen van het browsergebruik even de maandcijfers (februari 2011) voor deze site en die van de ArcGIS Gebruikersgroep Nederland
browser: gisnederland.nl - aggn.nl
IE8: 20% - 40%
IE7: 14% - 18%
IE < 7: 1% - 3%
FF 4: 3% - 0%
FF3.6: 20% - 17%
FF < 3.6: 1% - 5%
Chrome 9: 14% - 3%
Chrome 8: 3% - 1%
Safari 5: 10% - 6%
Steeds meer van deze browsers ondersteunen op steeds meer besturingssystemen hardware acceleratie. Mooi voor spectaculaire animaties, maar ook mooi voor een perfecte user-experience, met klassieke GIS taken als pannen, in- en uitzoomen. Juist vanwege deze hardware acceleration is Microsoft IE9 flink aan het promoten, meer dan het de overstap van 7 naar 8 aanmoedigde. IE9 is vanaf dinsdag 15 maart te downloaden.
Dan nog wat tools:
Browsermogelijkheden vallen uitstekend te checken met de JavaScript library Modernizr
Adobe's Serge Jespers toonde een serie tools die Adobe binnenkort uitbrengt. Onder meer Wallaby, waarmee Flash applicaties naar HTML5 kunnen worden omgezet. Juich niet te vroeg: deze tool kan géén ActionScript converteren...
Adobe Muse is de HTML5 editor die er aan komt. En Adobe werkt samen met de makers van de JavaScript library JQuery, met name voor mobiele toepassingen.
Adobe ziet Flash niet verdwijnen, maar juist in combinatie met HTML5 tot mooie dingen leiden, waarbij Flash met nam het animatiedeel voor zijn rekening neemt.
En vanuit Ilustrator CS5 is er rechtstreekse export naar HTML5 mogelijk. Dus die PDF-kaarten op het web moeten ook maar eens verleden tijd worden.
SilverLight zei U? Over deze Microsoft variant op Flash heb ik deze middag niemand gehoord...
En wat zijn de plannen van Esri t.a.v. HTML5?
Op de 2010 International User Conference werd gezegd:
ESRI is actively researching HTML5 for the purposes of leveraging some of its new capabilities: geolocation, drag and drop, off-line storage, etc. Although the ArcGIS API for JavaScript currently does not explicitly incorporate HTML5 elements, developers can definitely use some HTML5 features such as geolocation and video display capabilities with their ArcGIS API for JavaScript applications. We plan on incorporating specific HTML5 functionality within the ArcGIS API for JavaScript this year, allowing for touch-screen user experiences, tighter integration with mobile devices, more powerful display capabilities through HTML5’s canvas, etc.
Op diezelfde User Conference werd deze presentatie getoond, met wat Esri doorkijkjes naar HTML5.
En morgen begint de Esri Developer Summit waarin dit onderwerp ook aan de orde komt. Feedback op de GIS Tech?
Labels:
arcgis,
canvas,
flash,
flex,
html5,
illustrator,
silverlight,
Web 2.0,
webkartografie
zaterdag 29 januari 2011
Nog meer Open Data: Wat de BAG wel en niet vermag
Het heugelijke feit dat vrijwel alle Nederlandse gemeenten zijn aangesloten op de landelijke voorziening (LV) van de BAG zet de creatieve geesten in de geowereld aan tot het bedenken van vrolijke BAG toepassingen. Het weergeven van de groei van steden is dan een leuke toepassing.
Geodan brengt de ontwikkeling van Amsterdam in beeld (een thuiswedstrijd):
Het Groningse GEON doet dat voor van Rotterdam:
Sowieso leuk om de fimpjes qua vormgeving te vergelijken, maar als Amsterdammer ben ik wellicht bevooroordeeld. Ik vind daar de tijdlijn met 1901 (Woningwet) en 1940 (WO II) als markante punten prettig. En het in de loop der tijd verschijnen van gebouwen is veel indringender dan het vertalen naar een grid of het met behulp van een choropleet op basis van wijk- en buurtindeling weergeven van de bebouwingsontwikkeling.
Inhoudelijk vallen mij 2 dingen op. Ten eerste dat sommige gebouwen volgens de BAG veel ouder zijn dan volgens mijn inschatting: het AMC en winkelcentrum de Amsterdamse Poort (beide in in Amsterdam Zuidoost) ploppen al in 1900 tevoorschijn, in plaats van in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Selectiefoutje? Of is het feit dat dit deel van Amsterdam nog heel lang gemeente Weesperkarspel is geweest de boosdoener? Leuk is wel dat door het in deze context te zien dit soort foutjes sneller in het oog springen.
Ten tweede loop je tegen een belangrijke beperking voor zo'n toepassing aan: de BAG bevat (nog) geen historie. Kijk bijvoorbeeld naar de ontstaansgeschiedenis van de hoofdstedelijke voetbalstadions. Jan Wils zijn Olympische creatie verschijnt keurig in 1928 in beeld, maar het tegenoverliggende Stadion uit 1914, dat in 1928 is afgebroken, komt niet in beeld. Zo ook met de Meer aan de Middenweg. Dit door Daan Roodenburgh ontworpen stadion is in 1934 geopend en in 1996, na Ajax' overstap naar de Arena gesloopt. De Arena zien we in 1996 verschijnen, maar de Meer is uit ons geheugen verbannen. *)
(Gelukkig maar dat met UAR (Urban Augmented Reality) het mooiste voetbalstadion van Nederland wél voor het nageslacht is vastgelegd.)
De Rotterdamse voetbalstadions hebben wat meer eeuwigheidswaarde, maar in "010" valt op dat de BAG het bombardement van 1940 niet als trednbreuk herkent. En ook het dorp Blankenburg, dat in de jaren zestig plaats heeft moeten maken voor de Europoort, zit niet in het BAG geheugen.
Nou ja, voor het historisch bewustzijn dus ook nog maar even kijken op de WatWasWaarKaart
*) om het compleet te maken moet ik hier ook de thuisbasis van de Volewijckers in Amsterdam Noord noemen: het stadion aan het Mosveld is in de jaren zestig ten prooi gevallen aan een toegangsweg voor de IJtunnel. Ook deze groenwitte historie vinden we niet terug in de BAG
Geodan brengt de ontwikkeling van Amsterdam in beeld (een thuiswedstrijd):
Het Groningse GEON doet dat voor van Rotterdam:
Sowieso leuk om de fimpjes qua vormgeving te vergelijken, maar als Amsterdammer ben ik wellicht bevooroordeeld. Ik vind daar de tijdlijn met 1901 (Woningwet) en 1940 (WO II) als markante punten prettig. En het in de loop der tijd verschijnen van gebouwen is veel indringender dan het vertalen naar een grid of het met behulp van een choropleet op basis van wijk- en buurtindeling weergeven van de bebouwingsontwikkeling.
Inhoudelijk vallen mij 2 dingen op. Ten eerste dat sommige gebouwen volgens de BAG veel ouder zijn dan volgens mijn inschatting: het AMC en winkelcentrum de Amsterdamse Poort (beide in in Amsterdam Zuidoost) ploppen al in 1900 tevoorschijn, in plaats van in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Selectiefoutje? Of is het feit dat dit deel van Amsterdam nog heel lang gemeente Weesperkarspel is geweest de boosdoener? Leuk is wel dat door het in deze context te zien dit soort foutjes sneller in het oog springen.
Ten tweede loop je tegen een belangrijke beperking voor zo'n toepassing aan: de BAG bevat (nog) geen historie. Kijk bijvoorbeeld naar de ontstaansgeschiedenis van de hoofdstedelijke voetbalstadions. Jan Wils zijn Olympische creatie verschijnt keurig in 1928 in beeld, maar het tegenoverliggende Stadion uit 1914, dat in 1928 is afgebroken, komt niet in beeld. Zo ook met de Meer aan de Middenweg. Dit door Daan Roodenburgh ontworpen stadion is in 1934 geopend en in 1996, na Ajax' overstap naar de Arena gesloopt. De Arena zien we in 1996 verschijnen, maar de Meer is uit ons geheugen verbannen. *)
(Gelukkig maar dat met UAR (Urban Augmented Reality) het mooiste voetbalstadion van Nederland wél voor het nageslacht is vastgelegd.)
De Rotterdamse voetbalstadions hebben wat meer eeuwigheidswaarde, maar in "010" valt op dat de BAG het bombardement van 1940 niet als trednbreuk herkent. En ook het dorp Blankenburg, dat in de jaren zestig plaats heeft moeten maken voor de Europoort, zit niet in het BAG geheugen.
Nou ja, voor het historisch bewustzijn dus ook nog maar even kijken op de WatWasWaarKaart
*) om het compleet te maken moet ik hier ook de thuisbasis van de Volewijckers in Amsterdam Noord noemen: het stadion aan het Mosveld is in de jaren zestig ten prooi gevallen aan een toegangsweg voor de IJtunnel. Ook deze groenwitte historie vinden we niet terug in de BAG
Open data: Google laat je lopen
Mooi, al die Open Data initiatieven: geef de data vrij, en laat de markt er diensten mee bakken. Maar voorlopig bakt Google er nog niet veel van. Als ik vanuit mijn Amsterdamse woning een Rotterdams familielid wil bezoeken ben ik met Google Transit bijna 2 uur onderweg, waar 9292OV me in 1 uur en 40 minuten wil overzetten.
De oorzaak is dat Google vooralsnog slechts de dienstregeling van NS en het Amsterdamse GVB gebruikt. Ik wordt door Google dus op een station in de buurt van mijn bestemming afgezet, met de opdracht de laatste 2.3 kilometer te lopen. Dat mijn doel met de Rotterdamse metro tot op 100 meter bereikt kan worden weet Google niet, want de RET dienstregeling is niet bij Google bekend.
Tja, zo schiet Open Data zijn doel voorbij: op dit soort halfbakken diensten, nota bene van onze Grote Vriend Google, zit niemand te wachten. Open data OK, maar dan wel onder de voorwaarde dat er een complete dataset wordt gebruikt. Of dat de gebruiker duidelijk wordt gemaakt dat het advies op halfbakken gegevens is gebaseerd.
Ik ben benieuwd of de App ontwikkelaars ip het AppInADay Event op 16 februari ook kritisch naar de hun aangeboden data kijken. Die data is allemaal keurig in het Nationaal Georegister beschreven, en is dus ook voor de App bakkers bekend.
De oorzaak is dat Google vooralsnog slechts de dienstregeling van NS en het Amsterdamse GVB gebruikt. Ik wordt door Google dus op een station in de buurt van mijn bestemming afgezet, met de opdracht de laatste 2.3 kilometer te lopen. Dat mijn doel met de Rotterdamse metro tot op 100 meter bereikt kan worden weet Google niet, want de RET dienstregeling is niet bij Google bekend.
Tja, zo schiet Open Data zijn doel voorbij: op dit soort halfbakken diensten, nota bene van onze Grote Vriend Google, zit niemand te wachten. Open data OK, maar dan wel onder de voorwaarde dat er een complete dataset wordt gebruikt. Of dat de gebruiker duidelijk wordt gemaakt dat het advies op halfbakken gegevens is gebaseerd.
Ik ben benieuwd of de App ontwikkelaars ip het AppInADay Event op 16 februari ook kritisch naar de hun aangeboden data kijken. Die data is allemaal keurig in het Nationaal Georegister beschreven, en is dus ook voor de App bakkers bekend.
Labels:
GIS,
google,
gvb,
hackdeoverheid,
metadata,
nationaal georegister,
ns,
open data,
OV,
ret
woensdag 8 december 2010
Stede(n)bouw en [k|c]artografie
Als beleidsmedewerker bij "The Ministry Formerly Known As VROM" (TMFKAV), thans Infrastructuur en Milieu werk ik op het grensvlak van Ruimtelijk Ontwerp en Geo-Informatie. Vandaar dat de afdeling waar ik het land dien dan ook GIRO heet. Inderdaad, geo-informatie staat voorop! Althans in naam.
Bij toeval hebben beide vakgebieden een spellingsbijzonderheid onder de leden. Ruimtelijk Ontwerp is een uitbreiding op stedebouwkunde. Stedebouw, zonder tussen-n inderdaad, al zegt uw spellingscontrole wellicht wat anders. Want "stede" slaat niet op meervoud van stad (dan had het wel stadsbouw geheten!), maar op woonstede; een plek om te wonen.
Maar het blijkt moeilijk te zijn om consequent te zijn op www.wissing.nl lees ik dat "bureau Wissing stedebouw en ruimtelijke vormgeving" een stedenbouwkundig bureua is.
Aan geo-zijde is de spelling van kartografie nog altijd omstreden. Mooi om te zien dat uitgerekend het Meertens instituut kartografische applicaties dus met een "k") heeft (zie http://www.meertens.knaw.nl/projecten/mand/CARTkartografieapp.html).
Een bureau in Assen zit in dezelfde spagaat als stede(n)bouwkundig bureau Wissing: De Vries Kartografie doet aan cartografie.
Voor beide vakgebieden geldt dat ze nogal wat moeite hebben hun bestaansrecht voor de boze buitenwereld duidelijk te maken. Dat verbaast me niets, met deze taalschizofrenie!
Afijn (enfin?), ik ben benieuwd of tijdens het Groot Dictee op 15 december aanstaande een rol is weggelegd voor "een geëxalteerde stedebouwkundige die dankzij geraffineerde kartografie de eloquente politici het zwijgen wist op te leggen".
Bij toeval hebben beide vakgebieden een spellingsbijzonderheid onder de leden. Ruimtelijk Ontwerp is een uitbreiding op stedebouwkunde. Stedebouw, zonder tussen-n inderdaad, al zegt uw spellingscontrole wellicht wat anders. Want "stede" slaat niet op meervoud van stad (dan had het wel stadsbouw geheten!), maar op woonstede; een plek om te wonen.
Maar het blijkt moeilijk te zijn om consequent te zijn op www.wissing.nl lees ik dat "bureau Wissing stedebouw en ruimtelijke vormgeving" een stedenbouwkundig bureua is.
Aan geo-zijde is de spelling van kartografie nog altijd omstreden. Mooi om te zien dat uitgerekend het Meertens instituut kartografische applicaties dus met een "k") heeft (zie http://www.meertens.knaw.nl/projecten/mand/CARTkartografieapp.html).
Een bureau in Assen zit in dezelfde spagaat als stede(n)bouwkundig bureau Wissing: De Vries Kartografie doet aan cartografie.
Voor beide vakgebieden geldt dat ze nogal wat moeite hebben hun bestaansrecht voor de boze buitenwereld duidelijk te maken. Dat verbaast me niets, met deze taalschizofrenie!
Afijn (enfin?), ik ben benieuwd of tijdens het Groot Dictee op 15 december aanstaande een rol is weggelegd voor "een geëxalteerde stedebouwkundige die dankzij geraffineerde kartografie de eloquente politici het zwijgen wist op te leggen".
Labels:
cartografie,
kartografie,
meertens,
stedebouw stedenbouw,
taal
zondag 10 oktober 2010
Bounding box: Waarin een klein land groot kan zijn
Per 10 oktober 2010 is Nederland vele malen groter geworden. Met de opheffing van de Antillen zijn de zogehten "BES-eilanden" Bonaire, St. Eustatius en Saba als bijzondere gemeenten (openbaar lichaam) toegevoegd aan Nederland.
Daarmee is in geo-opzicht de bounding box van Nederland enorm toegenomen. Tot gisteren had je een rechthoek van Parijs (linksonder) tot het Duitse Waddeneiland Norderney nodig om heel Nederland te omvatten *), met ingang van heden omspant onze nationale omtrekkende rechthoek de gehele noordelijke Atlantische Oceaan.
Gelukkig voorziet de Inspire-metadata standaard in het toekennen van meer dan één bounding box. We houden de oude Parijs-Norderney rechthoek dus gewoon in stand en voegen er een aan toe die de 3 eilanden omspant. Of nog beter, voeg er een toe voor Bonaire en een nog een voor St. Eustatius en Saba, want de afstand tussen het Benedenwindse Bonaire en de 2 Bovenwindse eilanden is een kleine 1000 kilometer.
In 2005 signaleerde Douglas R. Caldwell al een hele serie bounding box gerelateerde issues. Een aardige daarbij is het onderscheid tussen de bounding box van de data en die van de "data collection area" (het studiegebied). Een voorbeeld hiervan in Nederland is de dataset met hunebedden. De omtrekkende rechthoek van de data beslaat ruwweg de provincie Drenthe, de omtrekkende rechthoek van de "data collection area" beslaat heel Nederland.
Gebruik van de "data collection area" vind ik logischer, uw en mijn GIS-software die automatisch de bounding box bepaalt denkt daar vaak anders over.
Het opnemen van de 3 eilanden in Nederland heeft trouwens nog meer geogevolgen: denk maar een de ruimtelijke plannen verzameling RO-Online. Het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Bonaire zal daar ook een plaatsje moeten krijgen. En als het Nationaal Wegenbestand (NWB) zijn naam eer aan wil doen is een uitbreiding met het wegennet van Bonaire, St. Eustatius en Saba een must. En moeten onze basisregistraties (topXXnl, BAG) ook niet een uitbreiding op het Westelijk halfrond krijgen?
Werk aan de winkel voor GIS4C, het Antilliaanse onderdeel van ESRI Nederland.
Go West!
*) Hier hoor ik TNO-ers al terecht roepen: en het Continentaal Plat dan, met onze olie- en gasvoorraden?
Daarmee is in geo-opzicht de bounding box van Nederland enorm toegenomen. Tot gisteren had je een rechthoek van Parijs (linksonder) tot het Duitse Waddeneiland Norderney nodig om heel Nederland te omvatten *), met ingang van heden omspant onze nationale omtrekkende rechthoek de gehele noordelijke Atlantische Oceaan.
Gelukkig voorziet de Inspire-metadata standaard in het toekennen van meer dan één bounding box. We houden de oude Parijs-Norderney rechthoek dus gewoon in stand en voegen er een aan toe die de 3 eilanden omspant. Of nog beter, voeg er een toe voor Bonaire en een nog een voor St. Eustatius en Saba, want de afstand tussen het Benedenwindse Bonaire en de 2 Bovenwindse eilanden is een kleine 1000 kilometer.
In 2005 signaleerde Douglas R. Caldwell al een hele serie bounding box gerelateerde issues. Een aardige daarbij is het onderscheid tussen de bounding box van de data en die van de "data collection area" (het studiegebied). Een voorbeeld hiervan in Nederland is de dataset met hunebedden. De omtrekkende rechthoek van de data beslaat ruwweg de provincie Drenthe, de omtrekkende rechthoek van de "data collection area" beslaat heel Nederland.
Gebruik van de "data collection area" vind ik logischer, uw en mijn GIS-software die automatisch de bounding box bepaalt denkt daar vaak anders over.
Het opnemen van de 3 eilanden in Nederland heeft trouwens nog meer geogevolgen: denk maar een de ruimtelijke plannen verzameling RO-Online. Het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Bonaire zal daar ook een plaatsje moeten krijgen. En als het Nationaal Wegenbestand (NWB) zijn naam eer aan wil doen is een uitbreiding met het wegennet van Bonaire, St. Eustatius en Saba een must. En moeten onze basisregistraties (topXXnl, BAG) ook niet een uitbreiding op het Westelijk halfrond krijgen?
Werk aan de winkel voor GIS4C, het Antilliaanse onderdeel van ESRI Nederland.
Go West!
*) Hier hoor ik TNO-ers al terecht roepen: en het Continentaal Plat dan, met onze olie- en gasvoorraden?
Labels:
antillen,
bonaire,
bounding box,
eustatius,
georegister,
gis4c,
nederland,
saba
woensdag 1 september 2010
Kom van dat fort af!
Toen ik vanmiddag aankwam op het Geofort in de Nederbetuwe voor de GeoNovum relatiedag keek ik mijn ogen uit: file op de polderwegen naar het fort en parkeerwachten die de toestroom van auto's in goede banen leiden. Wat een opkomst. Ik dacht naar een evenement te gaan met pakweg 40 bezoekers, blijken er dik 100 man/vrouw op af te komen. Blijkbaar heeft GeoNovum de gewenste centrale plaats in de geosector aardig verworven.
Maar wat is dat eigenlijk, de geo-sector? Toch een beetje een ons-kent-ons wereld, die op zo'n dag veilig bij elkaar kruipt binnen de veilige muren van het Geofort, om vandaar uit naar de rest van de wereld te roepen: "wij staan open voor jullie, hoor!" En inderdaad, met de ophaalbrug van het fort naar beneden zijn we net niet helemaal afgesloten van de buitenwereld.
Wel een prima plek om goede gesprekken met vakgenoten te voeren: struinend op het fort leidt op de een of andere manier tot net iets meer open gesprekken dan wanneer je elkaar op een beursvloer of congres treft. Op de komende GIS Conferentie of GIN congres daarom graag een (kunst)grasveldje met echte schapenkeutels.
Kijkend naar de lijst van aanwezigen op het veilige fort, maar ook op de ledenlijst van branchevereniging Geobusiness Nederland, ligt de nadruk op de aanbodzijde: aanbod van geodata, van infrastructuren en van software. Van de gebruikerskant alleen de "klassieke" toepassers. De "neografen", de ontwikkelaars van iPhone Apps en bouwers van websites met Google Maps Mashups, zijn niet of nauwelijks aanwezig. En dat is eigenlijk wel overzichtelijk, als "de geo-sector" zich alleen bezighoudt met de aanbodzijde, de geo-infrastructuur in brede zin. Laat die afnemers zich juist maar langs de lijnen van hun eigen werkprocessen organiseren.
De geo-sector kan dan prima een faciliterende rol vervullen, waar met bestaande producten een enorme waardevermeerdering kan worden bereikt. Maar dat moeten we *) dan wel uitdragen, en niet wachten tot de afnemers uit zichzelf naar ons *) toekomen. Wees als geosector aanwezig op PICNIC, Infographics, PFCongres en andere events waar potentiële geo-afnemers zich verzamelen. En zet bijvoorbeeld het Nationaal Georegister dan als strategisch instrument in.
Dus, met het Geofort als basis: Ten aanval!
*) ik had wat moeite met "we" en "ons", aangezien ik zelf momenteel exponent ben van die vraagzijde, eigenlijk had ik dus "jullie" moeten typen
Maar wat is dat eigenlijk, de geo-sector? Toch een beetje een ons-kent-ons wereld, die op zo'n dag veilig bij elkaar kruipt binnen de veilige muren van het Geofort, om vandaar uit naar de rest van de wereld te roepen: "wij staan open voor jullie, hoor!" En inderdaad, met de ophaalbrug van het fort naar beneden zijn we net niet helemaal afgesloten van de buitenwereld.
Wel een prima plek om goede gesprekken met vakgenoten te voeren: struinend op het fort leidt op de een of andere manier tot net iets meer open gesprekken dan wanneer je elkaar op een beursvloer of congres treft. Op de komende GIS Conferentie of GIN congres daarom graag een (kunst)grasveldje met echte schapenkeutels.
Kijkend naar de lijst van aanwezigen op het veilige fort, maar ook op de ledenlijst van branchevereniging Geobusiness Nederland, ligt de nadruk op de aanbodzijde: aanbod van geodata, van infrastructuren en van software. Van de gebruikerskant alleen de "klassieke" toepassers. De "neografen", de ontwikkelaars van iPhone Apps en bouwers van websites met Google Maps Mashups, zijn niet of nauwelijks aanwezig. En dat is eigenlijk wel overzichtelijk, als "de geo-sector" zich alleen bezighoudt met de aanbodzijde, de geo-infrastructuur in brede zin. Laat die afnemers zich juist maar langs de lijnen van hun eigen werkprocessen organiseren.
De geo-sector kan dan prima een faciliterende rol vervullen, waar met bestaande producten een enorme waardevermeerdering kan worden bereikt. Maar dat moeten we *) dan wel uitdragen, en niet wachten tot de afnemers uit zichzelf naar ons *) toekomen. Wees als geosector aanwezig op PICNIC, Infographics, PFCongres en andere events waar potentiële geo-afnemers zich verzamelen. En zet bijvoorbeeld het Nationaal Georegister dan als strategisch instrument in.
Dus, met het Geofort als basis: Ten aanval!
*) ik had wat moeite met "we" en "ons", aangezien ik zelf momenteel exponent ben van die vraagzijde, eigenlijk had ik dus "jullie" moeten typen
Labels:
geo-informatie,
geofort,
geonovum,
nationaal georegister,
strategie
woensdag 11 augustus 2010
Google Streetview kijkt alleen nog maar
Een dikke maand geleden schreef ik over de wijze waarop Apple locatiegebonden gegevens verzameld. Inmiddels heeft Google in Nederland moeten inbinden en mogen de Streetview-autotjes alleen nog mar fotograferen en afstand meten, en niet meer snuffelen naar WIFI netwerken. Dat laatste deed Google "per ongeluk" tijdens het fotograferen.
De verzamelde informatie was echter "niet compleet", aldus Google. En daarmee niet waardevol? Dan zou streetview zelf ook niet waardevol zijn, want nog niet héél Nederland is ge-streetviewed. Wel veel, maar mijn eigen (Amsterdamse) buurt is nog een van de "Gallische dorpjes" die tot dusverre buiten het bereik van Google is gebleven. Ik kan mijn WIFI dus nog met een gerust hart gebruiken.
Overigens gaat Google de in de afgelopen jaren "per ongeluk" verzamelde data "zo spoedig mogelijk" verwijderen. 't Is blijkbaar even zoeken naar de "delete"-knop.
Om met Bruce te spreken: You can look but you better not touch
De verzamelde informatie was echter "niet compleet", aldus Google. En daarmee niet waardevol? Dan zou streetview zelf ook niet waardevol zijn, want nog niet héél Nederland is ge-streetviewed. Wel veel, maar mijn eigen (Amsterdamse) buurt is nog een van de "Gallische dorpjes" die tot dusverre buiten het bereik van Google is gebleven. Ik kan mijn WIFI dus nog met een gerust hart gebruiken.
Overigens gaat Google de in de afgelopen jaren "per ongeluk" verzamelde data "zo spoedig mogelijk" verwijderen. 't Is blijkbaar even zoeken naar de "delete"-knop.
Om met Bruce te spreken: You can look but you better not touch
woensdag 23 juni 2010
Geospam
Een stukje uit de gebruikersvoorwaarden van Apple
"Locatiegebonden Diensten
Om locatiegebonden diensten aan te bieden via Apple-producten, kunnen wij en onze partners en licentienemers exacte locatiegegevens verzamelen, gebruiken en uitwisselen, inclusief de real-time geografische locatie van uw Apple-computer of -toestel. Deze locatiegegevens worden anoniem verzameld in een vorm die het niet mogelijk maakt u persoonlijk te identificeren. Deze gegevens worden door Apple en haar partners en licentienemers gebruikt om locatiegebonden producten en diensten te leveren en te verbeteren. Zo kunnen wij uw geografische locatie doorgeven aan applicatieaanbieders wanneer u zich aanmeldt voor hun locatiediensten."
Nú wordt locatie echt interessant. Die airmilespas en andere klantenkaarten registeren wel een postcode, maar pas op het moment dat er een aankoop wordt gedaan. Met de geo-informatie die Apple real-time verzamelt staat de weg open om je er aan te helpen herinneren dat het lunchtijd is dat dat de McDonalds om de hoek zit. En niet alleen McDonalds: dus je kunt tussen 12 en 2 een hoop berichten verwachten: geospam!
Tja, had je maar niet op die locatie moeten zijn...
Inmiddels zijn er ook kamervragen over gesteld
"Locatiegebonden Diensten
Om locatiegebonden diensten aan te bieden via Apple-producten, kunnen wij en onze partners en licentienemers exacte locatiegegevens verzamelen, gebruiken en uitwisselen, inclusief de real-time geografische locatie van uw Apple-computer of -toestel. Deze locatiegegevens worden anoniem verzameld in een vorm die het niet mogelijk maakt u persoonlijk te identificeren. Deze gegevens worden door Apple en haar partners en licentienemers gebruikt om locatiegebonden producten en diensten te leveren en te verbeteren. Zo kunnen wij uw geografische locatie doorgeven aan applicatieaanbieders wanneer u zich aanmeldt voor hun locatiediensten."
Nú wordt locatie echt interessant. Die airmilespas en andere klantenkaarten registeren wel een postcode, maar pas op het moment dat er een aankoop wordt gedaan. Met de geo-informatie die Apple real-time verzamelt staat de weg open om je er aan te helpen herinneren dat het lunchtijd is dat dat de McDonalds om de hoek zit. En niet alleen McDonalds: dus je kunt tussen 12 en 2 een hoop berichten verwachten: geospam!
Tja, had je maar niet op die locatie moeten zijn...
Inmiddels zijn er ook kamervragen over gesteld
zondag 20 juni 2010
PDOK; Pays d'Oc of Pay&Dok?
Met het vanuit het programma "vernieuwing rijksdiensten" gesponsorde programma PDOK ("Publieke dienstverlening op de Kaart") slaan een aantal rijkspartijen (Kadaster, LNV, Rijkswaterstaat, VROM, TNO) onder leiding van GeoNovum de geo-handen ineen.
Binnen VROM verleen ik momenteel hand- en spandiensten om te kijken waar en hoe we de primaire VROM-processen (van beleidmaken bij WWI, Milieu en Ruimte tot handhaving bij VI) op PDOK kunnen aansluiten.
Een goede zaak, maar die naam, hé: PDOK. Publieke Dienstverlening op de Kaart.
Ooit begonnen als werknaam, maar ik vind 'm in de huidige communicatie in de weg zitten. Om wélke publieke dienstverlening het dan gaat is altijd lastig uit te leggen. Natuurlijk is een goede geo-informatievoorziening voor de PDOK partners uiteindelijk een voorziening voor de publieke zaak, maar publieke dienstverlening suggereert teveel een direct op burgers gerichte dienst.
En dan taalkunding. Is het een afkorting? Dan uit te spreken als Pé-Dé-O-Ká. Of een soort van acroniem? Dan klinkt het als Pays D'Oc. Of voor degenen die deze fijne wijnassociatie niet willen zien: Pay-Dok. Maar dat laatste klinkt mij dan weer als dubbel betalen in de oren. (De Amsterdamse Zuidas leert dat het "dokmodel" een wat ongelukkige term is: in plaats van het technische ontwerp werd de term dokmodel al snel geassocieerd met het type financiering).
Daarom staat wat mij betreft nog steeds de brievenbus open voor suggesties. Een totaal andere, wervende naam is één optie, een beter dekkende vertaling van de afkorting PDOK een andere. Maar dat laatste is -denk ik- heel lastig omdat je termen als "geo", "informatie" en "voorziening" zo moeilijk in de letters PDOK kwijt kunt.
Het zou helemaal mooi zijn als deel- en gerelateerde projecten als NGR (Nationaal Georegister) en Geozet (Geografische Zoek- en Toondienst, ook een werktitel) samen met PDOK als één familie herkenbaar zijn. Zoiets als iPod, iPhone en iPad.
Mijn suggestie is dan ook het hernoemen van deze familie van programma's en projecten met "nlgeo" als prefix": nlgeoRegister, nlgeoZeT, nlgeoDienst. Dat sluit ook mooi aan bij het NL Geo boek dat najaar 2009 als onderdeel van de RGI-erfenis gepresenteerd werd.
Tot mijn vreugde blijkt de domeinnaam nlgeo.nl al bezet te zijn: door GeoNovum!
Binnen VROM verleen ik momenteel hand- en spandiensten om te kijken waar en hoe we de primaire VROM-processen (van beleidmaken bij WWI, Milieu en Ruimte tot handhaving bij VI) op PDOK kunnen aansluiten.
Een goede zaak, maar die naam, hé: PDOK. Publieke Dienstverlening op de Kaart.
Ooit begonnen als werknaam, maar ik vind 'm in de huidige communicatie in de weg zitten. Om wélke publieke dienstverlening het dan gaat is altijd lastig uit te leggen. Natuurlijk is een goede geo-informatievoorziening voor de PDOK partners uiteindelijk een voorziening voor de publieke zaak, maar publieke dienstverlening suggereert teveel een direct op burgers gerichte dienst.
En dan taalkunding. Is het een afkorting? Dan uit te spreken als Pé-Dé-O-Ká. Of een soort van acroniem? Dan klinkt het als Pays D'Oc. Of voor degenen die deze fijne wijnassociatie niet willen zien: Pay-Dok. Maar dat laatste klinkt mij dan weer als dubbel betalen in de oren. (De Amsterdamse Zuidas leert dat het "dokmodel" een wat ongelukkige term is: in plaats van het technische ontwerp werd de term dokmodel al snel geassocieerd met het type financiering).
Daarom staat wat mij betreft nog steeds de brievenbus open voor suggesties. Een totaal andere, wervende naam is één optie, een beter dekkende vertaling van de afkorting PDOK een andere. Maar dat laatste is -denk ik- heel lastig omdat je termen als "geo", "informatie" en "voorziening" zo moeilijk in de letters PDOK kwijt kunt.
Het zou helemaal mooi zijn als deel- en gerelateerde projecten als NGR (Nationaal Georegister) en Geozet (Geografische Zoek- en Toondienst, ook een werktitel) samen met PDOK als één familie herkenbaar zijn. Zoiets als iPod, iPhone en iPad.
Mijn suggestie is dan ook het hernoemen van deze familie van programma's en projecten met "nlgeo" als prefix": nlgeoRegister, nlgeoZeT, nlgeoDienst. Dat sluit ook mooi aan bij het NL Geo boek dat najaar 2009 als onderdeel van de RGI-erfenis gepresenteerd werd.
Tot mijn vreugde blijkt de domeinnaam nlgeo.nl al bezet te zijn: door GeoNovum!
vrijdag 18 juni 2010
duizend datasets in het NGR
Sinds vandaag staat de teller van het aantal datasets *) in het Nationaal Georegister boven de 1000. Ik volgde dat de afgelopen dagen om een aantal redenen intensief en het was nog even spannend, want de teller ging tussendoor ook nog een keer naar beneden.
Zo te zien is Waterschap Rivierenland met de dataset "dam or weir" (mooi: Rivierenland denkt Inspiratief internationaal) de duizendste.
En dat precies 1 jaar na de officiële opening van het NGR op het GSDI-congres.
Wel een beetje vreemd dat de teller nu op 1002 staat, maar dat wanneer ik een query doe zonder restricties ik 901 datasets terugkrijg. Maar laat dat de feestvreugde om dit heuglijke moment niet drukken. Champagne, bloemen!
*) ja, ik weet het: er staan geen 1000 datasets in het NGR, er staan duizend datasets in het NGR beschreven
Zo te zien is Waterschap Rivierenland met de dataset "dam or weir" (mooi: Rivierenland denkt Inspiratief internationaal) de duizendste.
En dat precies 1 jaar na de officiële opening van het NGR op het GSDI-congres.
Wel een beetje vreemd dat de teller nu op 1002 staat, maar dat wanneer ik een query doe zonder restricties ik 901 datasets terugkrijg. Maar laat dat de feestvreugde om dit heuglijke moment niet drukken. Champagne, bloemen!
*) ja, ik weet het: er staan geen 1000 datasets in het NGR, er staan duizend datasets in het NGR beschreven
Labels:
inspire,
metadata,
nationaal georegister,
ngr,
waterschap rivierenland
donderdag 15 april 2010
Geoprocessen: Schuldig of niet?
Voor het eerst in maanden weer eens bezig met ArcGIS geoprocessing. Wat heet, in maanden? Heb ik ooit eerder een dissolve uitgevoerd? En zo ja, hoe heb ik dat dan voor elkaar gekregen?
Wat cryptische errors. En "empty output" zie ik voorbij komen. Dat klopt, dat dan weer wel!
Maar eens zoeken op http://support.esri.com, zoektekst dissolve empty output. Ha, 3 bugs gevonden!
"Dissolving on a large feature class (300,000 features) appears to finish successfully but the output feature class is empty. ", lees ik. Gevonden in versie 9.1, huidige status is "rejected". Is dat een goed teken?
Ook aardig, een van de andere 2 bugs zegt:
"Erase produces empty output when using specific large data set for erase feature. Not reproducible with other data.
Alternate Solution: Run a dissolve on the large erase feature and then perform the erase."
Hallo Kafka!
Vooral veel "repair geometries" doen, zeggen de forums. Dat kan ook buiten ArcGIS, met OGR.
Komende maanden ArcGIS versie 10 maar eens naast OGR leggen. En dan de OGR functionaliteit achter wat ArcToolBox schermpjes stoppen dan maar?
Wat cryptische errors. En "empty output" zie ik voorbij komen. Dat klopt, dat dan weer wel!
Maar eens zoeken op http://support.esri.com, zoektekst dissolve empty output. Ha, 3 bugs gevonden!
"Dissolving on a large feature class (300,000 features) appears to finish successfully but the output feature class is empty. ", lees ik. Gevonden in versie 9.1, huidige status is "rejected". Is dat een goed teken?
Ook aardig, een van de andere 2 bugs zegt:
"Erase produces empty output when using specific large data set for erase feature. Not reproducible with other data.
Alternate Solution: Run a dissolve on the large erase feature and then perform the erase."
Hallo Kafka!
Vooral veel "repair geometries" doen, zeggen de forums. Dat kan ook buiten ArcGIS, met OGR.
Komende maanden ArcGIS versie 10 maar eens naast OGR leggen. En dan de OGR functionaliteit achter wat ArcToolBox schermpjes stoppen dan maar?
woensdag 14 april 2010
Wees wijs, volg een cursus
Nog 2 dagen, dan is het weer cursustijd. Extra leuk, want samen met de afdeling opleidingen van ESRI Nederland een maatwerkcursus opgezet. Aan de hand van een case uit de dagelijkse VROM-praktijk (kaarten voor het MIRT-projectenboek) eens kijken hoe wie die met ArcGIS 9.3.1 het efficiëntst kunnen maken.
De cartographic representation die daar voor nodig is is een goede aanleiding ons met de hele afdeling te verdiepen in file geodatabases. Zeg maar dag tegen de shapefile!
Als extra een beetje Mapbook Generator, de voorloper van de Data Driven Pages die in ArcGIS versie 10 komen.
De cartographic representation die daar voor nodig is is een goede aanleiding ons met de hele afdeling te verdiepen in file geodatabases. Zeg maar dag tegen de shapefile!
Als extra een beetje Mapbook Generator, de voorloper van de Data Driven Pages die in ArcGIS versie 10 komen.
Op zoek naar open standaarden
Standaarden, je hebt je nodig. Of niet: er zit er een onder mijn fiets, da's een oude standaard die op zich nog wel werkt, maar waarvan de functie in de praktijk is overgenomen door lantaarnpaal, verkeersbord of "nietje", omdat die in combinatie met een kettingslot aanvullende functionaliteit bieden voor bescherming tegen fietsendieven.
Op de GIS Tech hield Han van Veldhuizen in de AGGN track een bij vlagen hilarisch verhaal over standaarden waar de geo-wereld mee te maken heeft. We hebben in Nederland twee belangrijke lijsten van standaarden.
De eerste is een lijst met standaarden die door het programma Nederland Open In Verbinding (NOIV) gepromoot wordt als het doel van het programma. Hiervoor geldt het "pas toe of leguit" (beter bekend als "comply or explain") principe. Je hebt als overheidsinstantie je aan deze standaarden te houden, en zo niet dan moet je uitleggen waarom. Na dat uitleggen volgt er overigens geen sanctie, en ik zie Peter R. de Vries er ook nog niet 1-2-3 een uitzending aan wijden als je uitleg rammelt.
De tweede bevat in de praktijk veel gebruikte open standaarden. Dat klinkt al wat praktischer, dus eens kijken of ik die lijst ergens kan vinden. Google is my friend, en zie: met hit nummer 1 kom ik op de website van het forum standaardisatie waar een persbericht van 26 mei 2009 zegt dat het College Standaardisatie een lijst met veelgebruikte standaarden heeft samengesteld. Daarnaast is er een lijst gepubliceerd, zo gaat het persbericht door, met standaarden "waarvan nog niet zeker is of zij veelgebruikt zijn". "Beide lijsten zijn gepubliceerd op www.open-standaarden.nl" lees ik. Hé, op die site zit ik toch al? Een hyperlinkje was welkom geweest. Dan maar zoeken op de site zelf: "veelgebruikte open standaarden". Ha, 2 hits! Hmm, hit 1 verwijst naar het persbericht dat ik net heb gelezen. Hit 2 dan? Nee, die verwijst naar een RSS feed waarop ik me kan abonneren, maar niet naar een lijst standaarden. Dan maar eens naar de homepagina (voorpagina?) van Open Standaarden. Kijk nou, daar staat een bericht over deze lijsten.
Inmiddels is op basis van reacties van onder meer LNV en VROM is de lijst met standaarden "waarvan het nog niet zeker is of ze veel gebruikt worden" doorgevlooid. Door vraagtekens bij de praktische haalbaarheid van WFS is die er waarschijnlijk vanaf gevallen, maar vreemd genoeg zijn alle geostandaarden zijn verdwenen van de lijst. Allemaal? Nee, één geostandaard staat er nog wel op: SLD (overigens verkeerd aangeduid als "styles layer descriptor"). Maar WMS (webmapping), WCS (rasterdata), CS-W (catalogs) en GeoDRM (en nauwelijks bekende standaard voor het regelen van toegangsrechten tot geo-services) zijn zoek!
Maakt het uit? De bottleneck in de praktijk is de implementatie in de software en de bruikbaarheid. Gaan we met z'n allen ArcGIS Desktop aan de kant gooien omdat het geen gebruik van SLD ondersteunt? (nee, ook niet in ArcMap 10, zie mijn verzoek aan ESRI). Lijkt me sterk. En je geo-gebruik afhankelijk maken van live WFS-services is qua performance ook geen feest. Daar zou de combinatie van WFS en SLD trouwens wonderen in kunnen verrichten. (Steun dat verzoek op ideas.esri.com!).
Bovendien is het gebruiken van de standarden een middel, het moet geen doel zijn. Als de implementatie meerwaarde biedt gaan de gebruikers vanzelf over. Maar ja, welk doel hebben de softwareleveranciers bij een goede implementatie? Bovendien lopen de standaarden per definitie achter bij de techologische ontwikkeingen, dus je vraagt dan van de softwareleveranciers om hun creatieve ideeën nog niet te implementeren maar te wachten tot er een standaard voor is. Dat lijkt me een hardrem op de innovatie!
Op de GIS Tech hield Han van Veldhuizen in de AGGN track een bij vlagen hilarisch verhaal over standaarden waar de geo-wereld mee te maken heeft. We hebben in Nederland twee belangrijke lijsten van standaarden.
De eerste is een lijst met standaarden die door het programma Nederland Open In Verbinding (NOIV) gepromoot wordt als het doel van het programma. Hiervoor geldt het "pas toe of leguit" (beter bekend als "comply or explain") principe. Je hebt als overheidsinstantie je aan deze standaarden te houden, en zo niet dan moet je uitleggen waarom. Na dat uitleggen volgt er overigens geen sanctie, en ik zie Peter R. de Vries er ook nog niet 1-2-3 een uitzending aan wijden als je uitleg rammelt.
De tweede bevat in de praktijk veel gebruikte open standaarden. Dat klinkt al wat praktischer, dus eens kijken of ik die lijst ergens kan vinden. Google is my friend, en zie: met hit nummer 1 kom ik op de website van het forum standaardisatie waar een persbericht van 26 mei 2009 zegt dat het College Standaardisatie een lijst met veelgebruikte standaarden heeft samengesteld. Daarnaast is er een lijst gepubliceerd, zo gaat het persbericht door, met standaarden "waarvan nog niet zeker is of zij veelgebruikt zijn". "Beide lijsten zijn gepubliceerd op www.open-standaarden.nl" lees ik. Hé, op die site zit ik toch al? Een hyperlinkje was welkom geweest. Dan maar zoeken op de site zelf: "veelgebruikte open standaarden". Ha, 2 hits! Hmm, hit 1 verwijst naar het persbericht dat ik net heb gelezen. Hit 2 dan? Nee, die verwijst naar een RSS feed waarop ik me kan abonneren, maar niet naar een lijst standaarden. Dan maar eens naar de homepagina (voorpagina?) van Open Standaarden. Kijk nou, daar staat een bericht over deze lijsten.
Inmiddels is op basis van reacties van onder meer LNV en VROM is de lijst met standaarden "waarvan het nog niet zeker is of ze veel gebruikt worden" doorgevlooid. Door vraagtekens bij de praktische haalbaarheid van WFS is die er waarschijnlijk vanaf gevallen, maar vreemd genoeg zijn alle geostandaarden zijn verdwenen van de lijst. Allemaal? Nee, één geostandaard staat er nog wel op: SLD (overigens verkeerd aangeduid als "styles layer descriptor"). Maar WMS (webmapping), WCS (rasterdata), CS-W (catalogs) en GeoDRM (en nauwelijks bekende standaard voor het regelen van toegangsrechten tot geo-services) zijn zoek!
Maakt het uit? De bottleneck in de praktijk is de implementatie in de software en de bruikbaarheid. Gaan we met z'n allen ArcGIS Desktop aan de kant gooien omdat het geen gebruik van SLD ondersteunt? (nee, ook niet in ArcMap 10, zie mijn verzoek aan ESRI). Lijkt me sterk. En je geo-gebruik afhankelijk maken van live WFS-services is qua performance ook geen feest. Daar zou de combinatie van WFS en SLD trouwens wonderen in kunnen verrichten. (Steun dat verzoek op ideas.esri.com!).
Bovendien is het gebruiken van de standarden een middel, het moet geen doel zijn. Als de implementatie meerwaarde biedt gaan de gebruikers vanzelf over. Maar ja, welk doel hebben de softwareleveranciers bij een goede implementatie? Bovendien lopen de standaarden per definitie achter bij de techologische ontwikkeingen, dus je vraagt dan van de softwareleveranciers om hun creatieve ideeën nog niet te implementeren maar te wachten tot er een standaard voor is. Dat lijkt me een hardrem op de innovatie!
maandag 29 maart 2010
datakwaliteit: weet wat je eet
Ingewijden in de Nederlanse geoscene weten elkaar goed te vinden voor de uitwisseling van data. Dat is een groot goed dat we vooral moeten koesteren, bijvoorbeeld door elkaar op 13 april op de GIS Tech weer te treffen.
Toch staan we voor een professionaliseringsslag op dit gebied: In de geo-beleidsnota Gideon werden al een aantal geodataketens onderscheiden, mét het voornemen deze compleet in beeld te brengen. Dat komt nog maar moeizaam van de grond.
Dat zou toch niet zo moeilijk mogen zijn: veel van die data wordt al meer dan 10 jaar op diverse plaatsen gebruikt, dus er is veel kennis aanwezig over de "functionele behoeftestelling", oftwel welke rol speelt een dataset in de bedrijfsprocessen.
Waar we nog een professionaliseringsslag moeten maken is de vorm waarin data de keten doorloopt: ik zie te vaak een dataset per jaar van vorm verschillen: andere veldnamen, zelfde veldnaam maar andere definitie, ander type datacompressie, ander geodataformaat. Terwijl dat met ETL-tools als FME en ArcGIS/Modelbuilder toch eenvoudig goed te regelen moet zijn.
Als die vorm nou bij iedere levering hetzelfde is wordt het voor de ontvangende partij eenvoudiger er consistentiechecks op uit te voeren. door bijvoorbeeld een aantal controlescripts die bij binnenkomst op een dataset kunnen worden losgelaten.
Daarna komt de echte professionaliseringsslag: bij constateren van fouten de boel terugsturen in plaats van als gebruiker zelf te gaan repareren. Blijkbaar is dat nu nog de weg van de minste weerstand. En lost het probleem slechts op één gebruikersplek op.
Tijd voor een kwaliteitskeurmerk: niet zo zwaar aangezet als een basisregistratie, wel een "goedgekeurd door gebruikers"-stempel. Met een eervolle vermelding in het Nationaal Georegister!
Toch staan we voor een professionaliseringsslag op dit gebied: In de geo-beleidsnota Gideon werden al een aantal geodataketens onderscheiden, mét het voornemen deze compleet in beeld te brengen. Dat komt nog maar moeizaam van de grond.
Dat zou toch niet zo moeilijk mogen zijn: veel van die data wordt al meer dan 10 jaar op diverse plaatsen gebruikt, dus er is veel kennis aanwezig over de "functionele behoeftestelling", oftwel welke rol speelt een dataset in de bedrijfsprocessen.
Waar we nog een professionaliseringsslag moeten maken is de vorm waarin data de keten doorloopt: ik zie te vaak een dataset per jaar van vorm verschillen: andere veldnamen, zelfde veldnaam maar andere definitie, ander type datacompressie, ander geodataformaat. Terwijl dat met ETL-tools als FME en ArcGIS/Modelbuilder toch eenvoudig goed te regelen moet zijn.
Als die vorm nou bij iedere levering hetzelfde is wordt het voor de ontvangende partij eenvoudiger er consistentiechecks op uit te voeren. door bijvoorbeeld een aantal controlescripts die bij binnenkomst op een dataset kunnen worden losgelaten.
Daarna komt de echte professionaliseringsslag: bij constateren van fouten de boel terugsturen in plaats van als gebruiker zelf te gaan repareren. Blijkbaar is dat nu nog de weg van de minste weerstand. En lost het probleem slechts op één gebruikersplek op.
Tijd voor een kwaliteitskeurmerk: niet zo zwaar aangezet als een basisregistratie, wel een "goedgekeurd door gebruikers"-stempel. Met een eervolle vermelding in het Nationaal Georegister!
woensdag 10 maart 2010
Betatesten doe je zó! (met ArcGIS 10)
Op verzoek van ESRI Nederland ben ik dit najaar toegetreden tot het gezelschap van ruim 20 mannen (waar zijn de beta-vrouwen?) die met ArcGIS 10 aan de gang zijn gegaan. Voor mij en vele anderen de eerste keer, en wat test je dan?
Omdat een flink deel van de nieuwe functionaliteit betrekking heeft op ArcGIS Desktop was dit voor mij een mooie gelegenheid te kijken wat voor het ministerie van VROM (mijn werkgever) de waarde van ArcGIS 10 is.
In de afgelopen jaren hebben we een flinke inhaalslag gemaakt; we zijn tegenwoordig ontzettend "bij" qua ArcGIS release (ja: 9.3.1!). En nu dus al vooruit kijken naar versie 10.
Dat heeft een goede reden: tot dusverre hebben we altijd nog diverse 3rd party extensies naast, onder en boven ArcGIS gemetseld, en bij iedere release is het weer de sport dit aantal zo klein mogelijk te houden. Dat scheelt weer wat testuren (of dagen) en is eenvoudiger qua beheer. Daarmee ook goed voor mijn contacten met de functioneel beheerder en de outsourcing partij.
De bevindingen uit de betatest zijn veelbelovend, we kunnen met de nieuwe release (mei/juni?) wellicht weer wat "aanbouwsels" afstoten. Maar in mijn achterhoofd zit een duiveltje dat zegt: "wees niet de eerste overstapper, wacht op ervaringen van anderen en wacht sowieso de eerste servicepack maar eens af."
Daar zit wat in: want waar ik als early adopter met de OV chipcard nog een strippenkaart als backup heb is er bij een ArcGIS update geen weg terug, zeker niet in een complexe ICT-omgeving als bij VROM. En bij die OV chipcard heb ik al 3 keer geld terug moeten vragen. Nota bene via een papieren formulier!
Ik luister nog even naar het duiveltje in mijn achterhoofd.
Omdat een flink deel van de nieuwe functionaliteit betrekking heeft op ArcGIS Desktop was dit voor mij een mooie gelegenheid te kijken wat voor het ministerie van VROM (mijn werkgever) de waarde van ArcGIS 10 is.
In de afgelopen jaren hebben we een flinke inhaalslag gemaakt; we zijn tegenwoordig ontzettend "bij" qua ArcGIS release (ja: 9.3.1!). En nu dus al vooruit kijken naar versie 10.
Dat heeft een goede reden: tot dusverre hebben we altijd nog diverse 3rd party extensies naast, onder en boven ArcGIS gemetseld, en bij iedere release is het weer de sport dit aantal zo klein mogelijk te houden. Dat scheelt weer wat testuren (of dagen) en is eenvoudiger qua beheer. Daarmee ook goed voor mijn contacten met de functioneel beheerder en de outsourcing partij.
De bevindingen uit de betatest zijn veelbelovend, we kunnen met de nieuwe release (mei/juni?) wellicht weer wat "aanbouwsels" afstoten. Maar in mijn achterhoofd zit een duiveltje dat zegt: "wees niet de eerste overstapper, wacht op ervaringen van anderen en wacht sowieso de eerste servicepack maar eens af."
Daar zit wat in: want waar ik als early adopter met de OV chipcard nog een strippenkaart als backup heb is er bij een ArcGIS update geen weg terug, zeker niet in een complexe ICT-omgeving als bij VROM. En bij die OV chipcard heb ik al 3 keer geld terug moeten vragen. Nota bene via een papieren formulier!
Ik luister nog even naar het duiveltje in mijn achterhoofd.
zondag 31 januari 2010
Niet de cijfers maar de voorstelling van de cijfers
Mooi stukje van filosoof Bas Haring in de Volkskrant van 30 januari. Haring probeert daarin zich iets voor te stellen bij een aantal getallen: 13.000 door het CBR afgelaste rijexamens, 7 miljard aardbewoners. Aan zijn studenten vroeg hij te schatten wat voor een gebied je nodig hebt om die aardlingen een vierkante meter ruimte te bieden. Schattingen liepen uiteen van de gezamelijke oppervlakte van Frankrijk, Spanje en Portugal tot de optelsom van Europa en Azië.
Allemaal wat ruim geschat want, zo legt Bas Haring uit, het is iets meer dan de oppervlakte van Gelderland. Dat vind ik dan wel weer wat krap maar met de gezamelijke oppervlakte van Noord- en Zuid-Holland en Flevoland heb je die benodigde 7000 vierkante kilometer te pakken.
Het ministerie van VROM had in het begin van deze eeuw ook door dat gangbare oppervlaktematen te abstract zijn: het ingeschatte ruimtetekort werd daarom gepresenteerd als "de oppervlakte van Zuid-Holland".
Blijkbaar zijn grote getallen al gauw onvoorstelbaar: werk aan de winkel voor kartografen en andere infografici om die met GIS zo zorgvuldig berekende cijfers inzichtelijk te maken. jammer dat je in de gangbare GIS systemen iet kunt kiezen voor dit soort oppervlaktematen. Mapinfo, ArcGIS en al die anderen willen ons alleen in vierkante (kilometers) en (nog liever) acres laten rekenen. "referentieoppervlakte" is nog geen keuze van eenheden. Volgende release wellicht?
Allemaal wat ruim geschat want, zo legt Bas Haring uit, het is iets meer dan de oppervlakte van Gelderland. Dat vind ik dan wel weer wat krap maar met de gezamelijke oppervlakte van Noord- en Zuid-Holland en Flevoland heb je die benodigde 7000 vierkante kilometer te pakken.
Het ministerie van VROM had in het begin van deze eeuw ook door dat gangbare oppervlaktematen te abstract zijn: het ingeschatte ruimtetekort werd daarom gepresenteerd als "de oppervlakte van Zuid-Holland".
Blijkbaar zijn grote getallen al gauw onvoorstelbaar: werk aan de winkel voor kartografen en andere infografici om die met GIS zo zorgvuldig berekende cijfers inzichtelijk te maken. jammer dat je in de gangbare GIS systemen iet kunt kiezen voor dit soort oppervlaktematen. Mapinfo, ArcGIS en al die anderen willen ons alleen in vierkante (kilometers) en (nog liever) acres laten rekenen. "referentieoppervlakte" is nog geen keuze van eenheden. Volgende release wellicht?
Abonneren op:
Berichten (Atom)